Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM1586

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-04-2010
Datum publicatie
20-04-2010
Zaaknummer
09-4349 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Datum van intrekking WAO-uitkering. Juiste uitlooptermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4349 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 juni 2009, 08/2624 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.A.N.H. Verkoeijen, advocaat te Blerick, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft verweer gevoerd.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1. Het beroep is gericht tegen het ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) op 30 juli 2008 door het Uwv bekend gemaakte besluit. Hierbij heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen zijn besluit van 6 januari 2003 gegrond verklaard en de datum van intrekking van de WAO-uitkering vastgesteld op 21 februari 2004.

2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv met het besluit van 30 juli 2008 op een juiste wijze uitvoering gegeven aan de eerder tussen partijen gegeven uitspraak van de Raad van 3 juli 2008, 05/1245.

3.1. Appellant heeft in hoger beroep de medische grondslag van het besluit van 30 juli 2008 ter discussie gesteld en herhaald dat hij geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft om arbeid te verrichten.

3.2. Het Uwv heeft zich achter het oordeel van de rechtbank geschaard.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Met zijn uitspraak van 3 juli 2008 vernietigde de Raad een besluit van het Uwv van 11 september 2003, waarbij de intrekking van de WAO-uitkering van appellant met ingang van 10 juli 2003 werd gehandhaafd. Naar het oordeel van de Raad nam het Uwv niet de juiste uitlooptermijn in acht. In zijn uitspraak heeft de Raad overwogen dat de voorhanden medische informatie hem niet doet twijfelen aan de juistheid van de door de bezwaarverzekeringsarts beschreven beperkingen van appellant. Hij heeft verder overwogen dat een intrekking van de WAO-uitkering van appellant met ingang van zes maanden na 21 augustus 2003, dat wil zeggen met ingang van 21 februari 2004, op basis van de gegevens, die toen aan de Raad bekend waren, geen bezwaar zal ontmoeten.

4.2. Appellant heeft in beroep en hoger beroep geen enkel medisch gegeven ingebracht. Dat betekent dat een onderbouwing ontbreekt voor zijn stelling dat zijn medische toestand op 21 februari 2004 afweek van de door de Raad beoordeelde toestand op

10 juli 2003. Naar het oordeel van de Raad moet appellant dus ook op 21 februari 2004 medisch gezien in staat worden geacht om de voor hem geselecteerde functies uit te oefenen.

4.3. Het hoger beroep van appellant treft geen doel en de Raad zal de aangevallen uitspraak bevestigen.

5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en D.J. van der Vos en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) D.E.P.M. Bary.

TM