Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM1519

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-04-2010
Datum publicatie
20-04-2010
Zaaknummer
09-5016 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WIA-uitkering, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 35% afnam. De bezwaarverzekeringsgeneeskundige onderbouwde zijn oordeel inzichtelijk en consistent. De subjectieve klachtenbeleving van appellant kan bij de beoordeling niet de doorslag geven. De geschiktheid van de functies is voldoende toegelicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5016 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 3 augustus 2009, 09/402 (hierna: de aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant stelde mr. P. de Haan, advocaat te Almere, hoger beroep in.

Het Uwv voerde verweer.

De zitting vond plaats op 29 maart 2010. Appellant verscheen met de bijstand van mr. De Haan. Namens het Uwv verscheen mr. B.R.H. Barendregt.

II. OVERWEGINGEN

1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 26 februari 2009 dat het Uwv ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) nam. Met dat besluit handhaaft het Uwv ondanks het bezwaar van appellant zijn besluit van 10 november 2008, waarbij hij de WIA-uitkering van appellant per 11 januari 2009 introk. De reden voor die weigering is dat de mate van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 35% afnam.

2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

3.1. Appellant werkte laatstelijk als leerling lasser/constructiewerker. Hij moest dat werk op 17 januari 2006 wegens schouderklachten door een bedrijfsongeval staken. Het Uwv kende hem een WIA-uitkering toe met ingang van 15 januari 2008.

3.2. Partijen zijn het er over eens dat appellant zijn werk niet meer kan verrichten en ook de Raad gaat daar van uit.

3.3.1. De verzekeringsarts onderzocht appellant op zijn spreekuur. Hij stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op. Daarin hield hij rekening met beperkingen door de schouderklachten.

3.3.2. De bezwaarverzekeringsarts onderzocht appellant ook op haar spreekuur. Zij beschikte over informatie van de appellant behandelend orthopedisch chirurg en de expertise die de orthopedisch chirurg A.C. van Rinsum verrichtte in verband met de aansprakelijkheid voor het bedrijfsongeval. De bezwaarverzekeringsarts is het eens met de FML.

3.4. De bezwaararbeidsdeskundige handhaafde drie van de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies: hij liet drie functies vervallen vanwege de daarvan deel uitmakende structurele nachtarbeid. De belasting in de drie gehandhaafde functies blijft volgens de bezwaararbeidsdeskundige binnen de door de FML begrensde belastbaarheid.

4. In hoger beroep herhaalt appellant als beroepsgrond dat zijn medische beperkingen in de FML zijn onderschat. Hij is van mening dat in die FML onvoldoende rekening is gehouden met de pijnklachten die hij aan zijn rechterschouder ondervindt.

5.1. De Raad onderschrijft ten volle de aangevallen uitspraak.

5.2. De bezwaarverzekeringsgeneeskundige onderbouwde zijn oordeel inzichtelijk en consistent en ging uit van vergelijkbare bevindingen als de behandelend chirurg en Van Rinsum. De subjectieve klachtenbeleving van appellant kan bij de beoordeling niet de doorslag geven.

5.3. De geschiktheid van de functies is voldoende toegelicht.

6. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal de Raad bevestigen.

7. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2010.

(get.) R.C. Stam.

(get.) D.E.P.M. Bary.

IvR