Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM1516

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-04-2010
Datum publicatie
19-04-2010
Zaaknummer
09-5734 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering: de huidige arbeidsongeschiktheid komt niet voort uit dezelfde ziekteoorzaak als waarvoor zij eerder een WAO-uitkering heeft ontvangen. Medische geschiktheid van de functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5734 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 2 september 2009, 08/5822 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en desgevraagd nadere stukken ingezonden.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 3 maart 2010. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitvoeriger uiteenzetting van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende. Nadat een besluit van het Uwv in een eerdere procedure - wegens een gebrek in de arbeidskundige grondslag - in rechte niet houdbaar is gebleken, heeft het Uwv bij het thans in geding zijnde besluit van 18 november 2008 (het bestreden besluit) het bezwaar van appellante tegen het besluit van 28 juli 2004 ongegrond verklaard. In dit laatste besluit heeft het Uwv beslist dat aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 29 december 2003 wordt geweigerd op de grond dat appellante niet voldoet aan de voorwaarde dat de huidige arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak als waarvoor zij eerder een WAO-uitkering heeft ontvangen.

2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het door appellante ingestelde beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank was, kort samengevat, van oordeel dat de medische gronden die appellante heeft aangevoerd niet meer aan de orde kunnen komen, nu daarover onherroepelijk is beslist in de niet aangevochten uitspraak van de rechtbank van 8 september 2006, 05/903. De rechtbank heeft voorts de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.

3. De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in de kern gelijk aan die welke zij in eerste aanleg naar voren heeft gebracht. Zij heeft wederom de medische grondslag ter discussie gesteld en de geschiktheid, vanuit medisch oogpunt, van de geselecteerde functies betwist. Tevens heeft zij de passendheid van een van die functies bestreden vanuit het oogpunt van het daarin benodigde opleidingsniveau. Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank over door appellante aangevoerde medische gronden.

4.2. De medische geschiktheid van de functies blijkt volgens de rechtbank voldoende uit de gedingstukken. In het bijzonder achtte zij de zogenoemde signaleringen in een van de kant van het Uwv overgelegd arbeidskundig rapport van 23 juni 2005 afdoende toegelicht. De Raad onderschrijft de overwegingen daarover van de rechtbank.

4.3. De Raad verenigt zich voorts met hetgeen de rechtbank, onder aanhaling van een arbeidskundig rapport van een bezwaararbeidsdeskundige van het Uwv van 5 september 2005, heeft overwogen over de passendheid van de desbetreffende functie met het oog op het daarin gevraagde opleidingsniveau.

5. De Raad komt tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter en T. Hoogenboom en M.C.M. van Laar als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 april 2010.

(get.) H. Bolt.

(get.) T.J. van der Torn.

CVG