Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM1433

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-04-2010
Datum publicatie
16-04-2010
Zaaknummer
09-744 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/744 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 december 2008, 08/1958 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 april 2010

`

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2010. Appellant is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. van Wijngaarden.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 15 oktober 2007 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 16 december 2007 ingetrokken omdat zijn mate van arbeidsongeschiktheid afgenomen is naar minder dan 15%.

1.2. Bij besluit van 28 maart 2008 is het bezwaar van appellant tegen genoemd besluit gegrond verklaard en is met ingang van 16 december 2007 de WAO-uitkering herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

3. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald van mening te zijn dat het Uwv onterecht en gebrekkig onderbouwd de al jaren bestaande medische urenbeperking van 20 uur afgeschaft heeft, terwijl zijn medische situatie niet duidelijk veranderd is ten opzichte van het verleden.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. De Raad is met de rechtbank en op grond van de desbetreffende overwegingen in de aangevallen uitspraak van oordeel dat onvoldoende aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat het medisch onderzoek van het Uwv niet zorgvuldig is geweest en dat de medische beperkingen van appellant per de in geding zijnde datum 16 december 2007 door de verzekeringsartsen van het Uwv niet juist zijn vastgesteld of dat een urenbeperking aan de orde is. De (bezwaar)verzekeringsartsen zijn het weliswaar met appellant eens dat er nagenoeg geen wijziging ten opzichte van het verleden voor wat betreft zijn psychische klachten opgetreden is, maar de Raad kan de artsen echter volgen in hun standpunt dat indien met appellants beperkingen op het gebied van werkdruk, conflicthanteringen, sociale omgang en samenwerken rekening gehouden wordt er onvoldoende argumenten aanwezig zijn om een urenbeperking te rechtvaardigen. Appellant heeft geen medische verklaringen ingebracht die de noodzaak van een urenbeperking ondersteunen en volgt al jaren geen enkele vorm van behandeling meer.

4.3. De Raad heeft zich ook kunnen verenigen met de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om ervan uit te gaan dat de in aanmerking genomen functies niet passend zouden zijn voor appellant.

4.4. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4.5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

TM