Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM1178

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-03-2010
Datum publicatie
15-04-2010
Zaaknummer
09/2927 WWB + 09/2928 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Meerdere aanvragen bijstandsuitkering. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank terecht het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De brief van 16 oktober 2006 is geen bezwaarschrift tegen het besluit van 26 september 2006 waarbij de tweede bijstandsaanvraag van appellanten, van 11 september 2006, buiten behandeling is gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2927 WWB

09/2928 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant 1] en [appellant 2], beiden wonende te Amsterdam (hierna: appellanten),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 april 2009, 08/4015 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellanten

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)

Datum uitspraak: 22 maart 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. O.F.X. Roozemond, advocaat te Soest, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 22 februari 2010, waar partijen, zoals tevoren bericht, niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Aan de aangevallen uitspraak - waarin appellanten als eisers zijn aangeduid en het College als verweerder - ontleent de Raad de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden:

"Eisers leidden vanaf 25 augustus 2006 een zwervend bestaan. Zij hebben in augustus en september 2006 een aantal bijstandsaanvragen gedaan.

Eerste aanvraag 15 augustus 2006 – besluit 7 september 2006

Op 15 augustus 2006 hebben eisers een aanvraag gedaan bij DWI-kantoor [naam DWI-kantoor]. Bij besluit van 7 september 2006 wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.

Tweede aanvraag 11 september 2006 – besluit 26 september 2006

Op 11 september 2006 volgt de tweede bijstandsaanvraag bij DWI-kantoor [naam DWI-kantoor]. Deze aanvraag is buiten behandeling gelaten bij besluit van

26 september 2006.

Derde aanvraag 12 september 2006 – besluit 19 september 2006

Op 12 september 2006 vragen eisers voor de derde maal bijstand aan, ditmaal bij

DWI-kantoor [naam DWI-kantoor B]. Deze aanvraag is bij besluit van 19 september 2006 afgewezen, omdat de tweede aanvraag nog liep.

Vierde aanvraag 28 september 2006 – besluit 25 oktober 2006

Op 28 september 2006 hebben eisers hun laatste aanvraag gedaan, wederom bij

DWI-kantoor [naam DWI-kantoor B]. Bij besluit van 25 oktober 2006 heeft verweerder aan eisers bijstand per 28 september 2006 toegekend. Verweerder heeft de aanvraag om bijstand voor een periode vóór 28 september 2006 afgewezen.

Eisers hebben op 10 oktober 2008 beroep ingesteld, omdat verweerder geen beslissing heeft genomen op het bezwaarschrift van eisers van 16 oktober 2006 gericht tegen het besluit (op de tweede aanvraag) van 26 september 2006.

Dit schrijven, gedateerd op 16 oktober 2006 en gericht aan het DWI-kantoor [naam DWI-kantoor B], luidt als volgt:

Betreft: Terugvordering bijstand

Geachte mevrouw [naam R.],

Op 16-10-2006 heb ik telefonisch contact met u gehad waarin we het hebben gehad over mijn aanvraag uitkering. Zoals we hebben besproken, wil ik bij deze het verzoek terugvordering bijstand vanaf 05 september 2006 indienen. Dit in verband met een overbruggingslening."

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft daartoe - kort gezegd - overwogen dat de brief van 16 oktober 2006 geen bezwaarschrift is gericht tegen het besluit van 26 september 2006, maar betrekking heeft op de vierde bijstandsaanvraag van appellanten van 28 september 2006.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Hetgeen appellanten tegen de aangevallen uitspraak hebben aangevoerd, heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad is met de rechtbank op de door deze aangegeven gronden, waarnaar hij verwijst en die hij onderschrijft, van oordeel dat de brief van 16 oktober 2006 geen bezwaarschrift is tegen het besluit van 26 september 2006 waarbij de tweede bijstandsaanvraag van appellanten, van 11 september 2006, buiten behandeling is gesteld.

4.2. Gelet op het voorgaande faalt het hoger beroep. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2010.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) C. de Blaeij.

TM