Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM0999

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-04-2010
Datum publicatie
14-04-2010
Zaaknummer
08-4945 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De belasting is voor betrokkene in de functie monteuse-samensteller beduidend lager dan de voor betrokkene in de FML vastgestelde belastbaarheid. De Raad acht de geschiktheid van deze functie voor betrokkene afdoende gemotiveerd. De arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit kan in stand blijven. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4945 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 14 juli 2008, 07/3757 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene] wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 2 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. J.J.C.M. Rouws, advocaat te Berlicum, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2010. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door E.H.J.A. Olthof. Betrokkene is met voorafgaand bericht niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De aan betrokkene ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering verleende uitkering, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, is met ingang van 2 juli 2007 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.

1.2. Het hiertegen door betrokkene ingediende bezwaar is bij besluit van 8 oktober 2007 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2.1. Betrokkene heeft tegen dit besluit beroep aangetekend.

2.2. Op grond van de beschikbare gegevens heeft de rechtbank als haar oordeel gegeven dat de medische beperkingen van betrokkene tot het verrichten van arbeid niet zijn onderschat en dat het bestreden besluit op een voldoende medische grondslag berust.

2.3. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat de arbeidskundige motivering van de geschiktheid van twee van de drie voorgehouden functies afdoende was.

2.4. Ten aanzien van de belasting bij de functie met SBC-code 111180 monteuse-samensteller heeft de rechtbank overwogen dat op grond van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) betrokkene in staat wordt geacht elk uur van de werkdag ongeveer 300 keer voorwerpen van ruim 1 kilo te hanteren. De rechtbank kan appellant niet volgen in zijn redenering dat “ruim 1 kilo” ook 5 kilo kan zijn. De rechtbank acht dit verschil wel erg groot. De rechtbank heeft deswege geoordeeld dat deze functie niet geduid had mogen worden. Dit betekende tevens dat er te weinig functies resteerden om het arbeidskundige deel van de schatting te dragen.

2.5. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard onder bijkomende bepalingen omtrent proceskosten en griffierecht.

3.1. Appellant is van die uitspraak in hoger beroep gekomen en heeft zich op het standpunt gesteld dat de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapport van 5 oktober 2007 voldoende gemotiveerd heeft waarom betrokkene ondanks de signalering op dat item geschikt moet worden geacht om de betreffende functie uit te kunnen oefenen. Betrokkene moet volgens de FML in staat worden geacht 300 maal per uur gewichten tussen de 500 gram en 5 kg te hanteren. Dan moet het voor betrokkene ook mogelijk zijn om 60 maal 5 kg te hanteren, zoals noodzakelijk is in de betreffende functie.

3.2. Betrokkene heeft zich in verweer op het standpunt gesteld dat hier sprake is van ongeoorloofde relativering van de belastbaarheid van betrokkene.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. In de Gebruikershandleiding voor het CBBS systeem staat het volgende vermeld over de items 4.14, 4.15 en 4.16 die handelen over tillen en dragen. Het hanteren van voorwerpen van minder dan 500 gram blijft buiten beschouwing. Bij de items 4.14 en 4.15 geldt dit eveneens voor het hanteren van voorwerpen van meer dan 5 kg. Functies waarbij voorwerpen gehanteerd moeten worden met een hoger gewicht dan 5 kg moeten door de arbeidskundig analist bij item 4.16 ondergebracht worden. Dit betekent dat indien de (bezwaar)verzekeringsartsen betrokkene in staat achten gedurende elk uur van de dag 300 maal voorwerpen tussen de 500 gram en 5kg te hanteren zij dit aangeven in de FML als licht beperkt. De in de FML opgenomen omschrijving “voorwerpen van ruim 1 kg hanteren” is, naar ter zitting is erkend door appellant, niet duidelijk en heeft verwarrend gewerkt. Nu de belasting voor betrokkene in de functie monteuse-samensteller beduidend lager is dan de voor betrokkene in de FML vastgestelde belastbaarheid acht de Raad de geschiktheid van deze functie voor betrokkene afdoende gemotiveerd. De arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit kan in stand blijven.

4.3. Uit het vorengemelde vloeit voort dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor vernietiging in aanmerking komt.

4.4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 april 2010.

get.) D.J. van der Vos.

get.) D.W.M. Kaldenhoven.

KR