Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM0837

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-04-2010
Datum publicatie
13-04-2010
Zaaknummer
08-3571 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering om terug te komen van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/3571 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ,s-Gravenhage van 7 mei 2008, 07/6719 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld door mr. L.S.J. de Korte, advocaat te ,s-Gravenhage.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. De Korte. Het Uwv was vertegenwoordigd door M.L. Turnhout.

II. OVERWEGINGEN

1. De rechtbank is op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv van 30 juli 2007, waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn weigering om terug te komen van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van appellant van 7 augustus 2006, ongegrond is.

2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in essentie een herhaling van hetgeen hij reeds in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. Ook in hoger beroep stelt appellant zich op het standpunt dat de informatie van psychiater R.W. Jessurun van 8 december 2006 en medisch adviseur drs. H. Donkers van 15 juni 2007 aangemerkt moet worden als nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht.

3. De Raad kan zich in dit standpunt niet vinden, zulks in navolging van de rechtbank die de bij haar ingediende gronden afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en maakt die tot de zijne.

4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 april 2010.

(get.) J. Brand.

(get.) T.J. van der Torn.

KR