Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM0749

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-04-2010
Datum publicatie
12-04-2010
Zaaknummer
07-3247 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Het door de deskundige verrichte onderzoek is volledig en zorgvuldig. Naar het oordeel van de Raad is de medische grondslag van het bestreden besluit juist te achten. De Raad kan zich ook verenigen met de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om ervan uit te gaan dat de in aanmerking genomen functies niet passend zouden zijn voor appellante.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/3247 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 26 april 2007, 06/3294 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. L. van Etten, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft psychiater G.T. Gerssen verzocht appellante te onderzoeken en verslag te doen van zijn bevindingen. Deze deskundige heeft op 17 augustus 2009 gerapporteerd.

Bezwaarverzekeringsarts M.P.W. Kreté heeft op het rapport van de deskundige gereageerd. Psychiater Gerssen heeft naar aanleiding hiervan een nadere uitleg gegeven van de conclusies in zijn rapport.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2010. Appellante is verschenen bij gemachtigde mr. Van Etten. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door B. de Weijer.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 23 september 2005 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 24 november 2005 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van appellantes arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% was.

2. Bij besluit van 8 mei 2006 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het eerder genoemde besluit gehandhaafd.

3. De rechtbank heeft het beroep van appellante gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven en bepalingen gegeven over het griffierecht en proceskosten. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat zij zich kon vinden in zowel de medische als de arbeidsdeskundige onderbouwing van het bestreden besluit, waardoor in strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een juiste c.q. voldoende motivering pas in beroep werd geleverd.

4. Appellante is van deze uitspraak in hoger beroep gekomen. Zij heeft hierbij haar standpunt herhaald dat haar beperkingen zijn onderschat en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst een te optimistisch beeld geeft van haar mogelijkheden tot werken.

5. De Raad overweegt als volgt.

5.1. In zijn op verzoek van de Raad opgestelde psychiatrische expertise concludeert de deskundige Gerssen op grond van de gedingstukken en eigen onderzoeksbevindingen dat hij zich kan vinden in de door de verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid van appellante. Ten aanzien van het persoonlijk functioneren wordt duidelijk gesteld dat appellante aangewezen is op werkzaamheden zonder productiepieken. Ook wordt gesteld dat ze goed gestructureerde enkelvoudige opdrachten kan doen. Ten aanzien van het sociaal functioneren worden beperkingen genoemd in het omgaan met conflicten en het vermijden van leidinggevende aspecten en het doen van complexe handelingen. De deskundige ziet in zijn nadere rapportage van 28 oktober 2009 alsnog geen aanleiding voor het aannemen van een urenbeperking ten tijde hier van belang.

5.2. In vaste rechtspraak van de Raad ligt besloten dat hij het oordeel van een onafhankelijke door hem ingeschakelde deskundige in beginsel pleegt te volgen. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dit uitgangspunt af te wijken is de Raad niet gebleken. Het door de deskundige verrichte onderzoek is volledig en zorgvuldig. Naar het oordeel van de Raad is de medische grondslag van het bestreden besluit juist te achten.

5.3. De Raad kan zich ook verenigen met de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om ervan uit te gaan dat de in aanmerking genomen functies niet passend zouden zijn voor appellante.

5.4. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak voorzover aangevochten, dient te worden bevestigd.

5.5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en M. Greebe en R. Kruisdijk als leden, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 april 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) A.L. de Gier.

JL