Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM0380

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-04-2010
Datum publicatie
08-04-2010
Zaaknummer
07-3982 WAO + 07-5123 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kostenveroordeling bij intrekking beroep. Bij nieuw besluit geheel tegemoetgekomen aan bezwaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/3982 WAO + 07/5123 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 30 mei 2007, 06/4128 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 7 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.A.C. van Etten, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft op 1 februari 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 25 februari 2010 heeft gemachtigde van appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft bij brief van 4 maart 2010 de Raad bericht dat het kan instemmen met een veroordeling in de proceskosten.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het Uwv met de beslissing op bezwaar van 1 februari 2010 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoet gekomen.

Aangezien de rechtbank al een veroordeling in de proceskosten en het griffierecht in eerste aanleg heeft uitgesproken, staat de Raad nog slechts voor de beoordeling van de in hoger beroep gemaakte kosten.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 966,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep en € 49,03 voor gemaakte reiskosten, in totaal een bedrag van € 1.015,03.

Voor vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.015,03, te betalen aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 april 2010.

(get.) H. Bolt.

(get.) A.L. de Gier.

TM