Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM0078

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-04-2010
Datum publicatie
06-04-2010
Zaaknummer
09-4954 WAZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voldoende medische grondslag. De Raad gaat er vanuit dat appellant ten aanzien van dragen beperkt is tot het verplaatsen van gewichten tot 5 kg. Het is de Raad niet ontgaan dat in de functie van meteropnemer bij dragen wordt vermeld dat het gaat om gewichten van 1 kg, maar de Raad stelt tevens vast dat in deze functie, naar aan het resultaat functiebeoordeling van 22 augustus 2006 valt te ontlenen, sprake is van het verplaatsen van materiaal, zoals in meterkasten voorkomt of bij werkgevers, tijdens drie werkuren drie maal ongeveer 10 kg achtereen. Deze functie acht de Raad derhalve niet geschikt voor appellant. De Raad stelt vast dat met het vervallen van de functie van meteropnemer sprake is van een ondeugdelijke arbeidskundige grondslag, nu slechts twee functies resteren. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4954 WAZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 juli 2009, 08/8087 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. G.B.A. Bol, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend met als bijlage een arbeidskundig rapport van 2 oktober 2009.

Bij brief van 20 oktober 2009 heeft het Uwv op verzoek van de Raad nog een aantal stukken ingezonden.

Het geding is gevoegd met het geding tussen partijen, geregistreerd bij de Raad onder nummer 09/4957 WAZ.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2010. Appellant is in beide gedingen verschenen, bijgestaan door mr. Bol. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. Snijders.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gedingen gesplitst. Het onderzoek in het geding met kenmerk 09/4957 WAZ is heropend. In het geding met kenmerk 09/4954 WAZ wordt heden uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant is op 16 april 2003 na een verkeersongeluk uitgevallen voor zijn werk van zelfstandig schoenhersteller met een werkweek van 46 uur per week. Na ommekomst van de wettelijke wachttijd is aan hem een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Nadat de rechtbank bij uitspraak van 25 juni 2008 het door het Uwv op bezwaar genomen besluit van 22 januari 2007 tot intrekking van de uitkering per 5 november 2006 had vernietigd, heeft het Uwv, uitvoering gevend aan de uitspraak van de rechtbank, bij besluit op bezwaar van 5 oktober 2008 (het bestreden besluit) de WAZ-uitkering per 5 november 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

2.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak als haar oordeel gegeven dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat zij geen aanleiding heeft te twijfelen aan de medische grondslag van de arbeidsongeschiktheidsschatting. Daarbij heeft zij doorslaggevende betekenis toegekend aan de commentaren van de bezwaarverzekeringsarts R.M.E. Blanker op de door appellant ingezonden neurologische en psychiatrische expertises, opgemaakt in het kader van de letselschadezaak vanwege het hem overkomen ongeval.

2.2. Met betrekking tot de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank als haar oordeel gegeven dat niet gezegd kan worden dat de aan de schatting ten grondslag liggende functies niet geschikt zijn voor appellant. Daarop is het beroep ongegrond verklaard.

3.1. In hoger beroep heeft appellant, evenals bij de rechtbank, aangevoerd dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is geweest. Met verwijzing naar de in eerste aanleg ingezonden expertises heeft appellant aangevoerd dat zijn medische beperkingen als weergegeven in de voor de schatting gebruikte Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn onderschat. Het oordeel van de rechtbank dienaangaande acht appellant onbegrijpelijk en hij heeft verzocht om een onderzoek door een onafhankelijk medisch deskundige.

3.2. Voorts heeft appellant wederom aangevoerd dat van de drie aan de schatting ten grondslag liggende functies er twee niet geschikt zijn. Bij de functies van loketbediende en meteropnemer is sprake van 10 kg dragen, terwijl de verzekeringsarts in de FML heeft vermeld dat appellant tot 5 kg kan dragen.

3.3. Het Uwv heeft onder verwijzing naar de zich reeds onder de gedingstukken bevindende medische en arbeidskundige rapporten gesteld dat de schatting op een zorgvuldige en juiste wijze tot stand is gekomen en heeft met betrekking tot de door appellant bestreden geschiktheid van de geduide functies verwezen naar een bij verweerschrift ingezonden rapport van 2 oktober 2009 van de bezwaararbeidsdeskundige J.M.H. Veugelaers.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. Met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank. De door appellant ingezonden specialistische rapporten zijn uitgebracht in het kader van de letselschadezaak, zijn niet gericht geweest op de in dit geding voorliggende vraag of in de FML de functionele mogelijkheden van appellant ten tijde in geding op juiste wijze zijn weergegeven en behelzen, gelet op de commentaren van 23 oktober 2007 en 6 november 2007 van de bezwaarverzekeringsarts, geen objectief medische gegevens die aanleiding geven tot het opnemen van meer beperkingen in de FML dan is geschied.

4.3.1. Het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de geschiktheid van de geduide functies volgt de Raad niet in zijn volle omvang.

4.3.2. Naar aanleiding van de in overweging 3.2 weergegeven kritiek van appellant op de geschiktheid van de functies heeft de bezwaararbeidsdeskundige Veugelaers in zijn in hoger beroep ingezonden rapport van 2 oktober 2009 verwezen naar het rapport van 15 oktober 2007 van de bezwaararbeidsdeskundige R.J.C. Hoogeveen en het niet noodzakelijk geacht een andere of nadere aanvullende arbeidskundige motivering te geven. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van het Uwv met betrekking tot dit aspect verwezen naar de FML en de uitgebrachte arbeidskundige rapporten.

4.3.3. In de FML staat onder item 4.14 (tillen of dragen) vermeld dat appellant licht beperkt is en ongeveer 10 kg kan tillen of dragen (peuter). Als toelichting heeft de verzekeringsarts vermeld: “dragen is beperkt. 5kg dragen: gb.” Tussen partijen is niet in geschil dat de afkorting gb staat voor “geen bezwaar”. In zijn rapport van 18 januari 2006 (lees: 2007) heeft de bezwaararbeidsdeskundige Hogeveen met betrekking tot tillen en dragen in de functie van meteropnemer (SBC-code 315181) vermeld dat dit gedurende drie uur drie keer 10 kg voorkomt. De bezwaararbeidsdeskundige heeft deze belasting binnen de belastbaarheid van appellant geacht onder verwijzing naar de in zijn rapport weergegeven opvatting van de bezwaarverzekeringsarts. De in de FML opgenomen toelichting dat dragen van 5 kg geen bezwaar is dient, aldus de bezwaarverzekeringsarts, niet als aanvullende of beperkende opmerking te worden beschouwd daar 5 kg binnen de marge van de aangegeven waarde van 10 kg valt. In het rapport van 15 oktober 2007 van de bezwaararbeidsdeskundige wordt met betrekking tot het tillen en dragen in de functie van meteropnemer herhaald dat dit binnen de belastbaarheid van appellant valt, opnieuw onder verwijzing naar het overleg met de bezwaarverzekeringsarts. In dit rapport zijn evenwel geen nieuwe gegevens met betrekking tot dit overleg opgenomen. Aldus staat de Raad voor de vraag welke betekenis moet worden toegekend aan de in de FML door de verzekeringsarts gegeven toelichting op het item dragen en of de in de meteropnemer voorkomende belasting op het aspect dragen binnen de functionele mogelijkheden van appellant blijft.

4.3.4. De in voorgaande overweging weergegeven motivering van de bezwaarverzekeringsarts waarop de bezwaararbeidsdeskundige is afgegaan, acht de Raad ontoereikend om de geschiktheid van de functie meteropnemer te aanvaarden. In essentie komt het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts erop neer dat de in de FML opgenomen toelichting overbodig is. Immers dragen tot 10 kg is ook mogelijk. Dit verdraagt zich evenwel niet met de vaststelling dat in de FML tillen en dragen als licht beperkt is gescoord en dat als toelichting van de verzekeringsarts wordt gegeven dat dragen “beperkt” is, hetgeen een zwaardere beperking is dan “licht beperkt”. De bezwaarverzekeringsarts is bij zijn rapport van 18 december 2006, dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt, tot de conclusie gekomen dat er geen aanleiding is om de door de verzekeringsarts opgestelde FML zwaarder aan te zetten of te wijzigen. Daarbij heeft de bezwaarverzekeringsarts geconstateerd dat van een beperkende toelichting ten aanzien van het aspect tillen en/of dragen geen sprake is. Die constatering acht de Raad onjuist, nu dragen in de FML expliciet niet als licht beperkt, maar als beperkt is aangegeven. Daaraan doet niet af dat de beperking op dragen in een toelichting terecht is gekomen, hetgeen naar vaste jurisprudentie van de Raad op zich niet strookt met een juiste invulling van de FML. De Raad gaat er aldus vanuit dat appellant ten aanzien van dragen beperkt is tot het verplaatsen van gewichten tot 5 kg.

4.3.5. Het is de Raad niet ontgaan dat in de functie van meteropnemer bij dragen wordt vermeld dat het gaat om gewichten van 1 kg, maar de Raad stelt tevens vast dat in deze functie, naar aan het resultaat functiebeoordeling van 22 augustus 2006 valt te ontlenen, sprake is van het verplaatsen van materiaal, zoals in meterkasten voorkomt of bij werkgevers, tijdens drie werkuren drie maal ongeveer 10 kg achtereen. In de functieomschrijving wordt tevens vermeld dat in deze functie soms op moeilijker bereikbare plaatsen de meterstanden moeten worden opgenomen. Daaraan ontleent de Raad dat de meteropnemer er niet aan ontkomt zo nodig gewichten van ongeveer 10 kg over enige afstand te dragen om zijn werk goed te kunnen doen. Deze functie acht de Raad derhalve niet geschikt voor appellant.

4.3.6. De Raad stelt vast dat met het vervallen van de functie van meteropnemer sprake is van een ondeugdelijke arbeidskundige grondslag, nu slechts twee functies resteren. Gelet hierop ziet de Raad af van bespreking van de tegen de geschiktheid van loketbediende door appellant geuite grief.

5. Uit het hiervoor overwogene vloeit voort dat de aangevallen uitspraak, waarbij het bestreden besluit in stand is gelaten, voor vernietiging in aanmerking komt en dat het inleidend beroep van appellant gegrond dient te worden verklaard. Het Uwv zal een nieuw besluit op bezwaar dienen te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

6. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het inleidend beroep gegrond;

Vernietigt het bestreden besluit;

Verstaat dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot € 966,-;

Bepaalt dat het Uwv aan appellant het betaalde griffierecht van € 149,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 april 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

JL