Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL8060

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-03-2010
Datum publicatie
19-03-2010
Zaaknummer
09-3602 WAO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond verklaard. De gronden van het hoger beroep zijn - wel - binnen de door de Raad overeenkomstig artikel 6:6 van de Awb gestelde termijn ingediend, zij het dat het desbetreffende faxbericht is verzonden naar een faxnummer dat niet van de Raad is maar van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie. Met verwijzing naar zijn uitspraak van 25 april 2008 (LJN BD1887) oordeelt de Raad met overeenkomstige toepassing van artikel 6:15, derde lid, van de Awb dat de gronden van het hoger beroep daarmee tijdig zijn ingediend. De CVOM, een onderdeel van het openbaar ministerie, heeft ten onrechte geen toepassing gegeven aan artikel 6:15, eerste lid, van de Awb, als gevolg waarvan noch de Raad noch (de toenmalige gemachtigde van) appellant van een en andere op de hoogte was. In deze omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:6
Algemene wet bestuursrecht 6:15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BA 2010/103
USZ 2010/129
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3602 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 20 mei 2009, 08/1218, (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 8 maart 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 21 oktober 2009 heeft de Raad het namens appellant door mr. G.T. de Jong, advocaat te Utrecht, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 21 oktober 2009 heeft mr. E. Osinga, advocaat te Utrecht, namens appellant verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 maart 2010. Appellant was aanwezig, bijgestaan door mr. M.M. Dezfouli, advocaat te Utrecht. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 21 oktober 2009 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet tijdig zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de toenmalige gemachtigde van) appellant niet in verzuim is geweest.

Uit de bij het verzetschrift gevoegde stukken blijkt dat de gronden van het hoger beroep - wel - binnen de door de Raad overeenkomstig artikel 6:6 van de Awb gestelde termijn zijn ingediend, zij het dat het desbetreffende faxbericht is verzonden naar een faxnummer dat niet van de Raad is maar van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (hierna: CVOM). Met verwijzing naar zijn uitspraak van 25 april 2008 (LJN BD1887) oordeelt de Raad met overeenkomstige toepassing van artikel 6:15, derde lid, van de Awb dat de gronden van het hoger beroep daarmee tijdig zijn ingediend. De CVOM, een onderdeel van het openbaar ministerie, heeft ten onrechte geen toepassing gegeven aan artikel 6:15, eerste lid, van de Awb, als gevolg waarvan noch de Raad noch (de toenmalige gemachtigde van) appellant van een en andere op de hoogte was.

In deze omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard.

Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 21 oktober 2009 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Omdat voor de Raad niet is komen vast te staan dat door toedoen van (de toenmalige gemachtigde van) appellant gebruik is gemaakt van het onjuiste faxnummer, moet het Uwv worden veroordeeld in de kosten van het verzet, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond;

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 322,--.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

mm