Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL8058

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-03-2010
Datum publicatie
19-03-2010
Zaaknummer
09-1823 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering ziekengeld. Besluit door rechtbank vernietigd. Uwv in hoger beroep. De in aanmerking te nemen arbeid van betrokkene, de functie van magazijnmedewerker, is geen sprake van veelvuldige deadlines/productiepieken dan wel van een continu hoog handelingstempo. Uwv heeft terecht ziekengeld geweigerd. Vernietiging aangevallen uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1823 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 februari 2009, 08/394 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

en

appellant.

Datum uitspraak: 17 maart 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. E. Wolter, advocaat te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 18 augustus 2009 heeft appellant een nader rapport van de bezwaararbeidsdeskundige G.J.W. van der Hulst van 17 augustus 2009 overgelegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 januari 2010. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. F.A. Steeman. Namens betrokkene is mr. Wolters verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.2. Bij besluit van 2 juli 2007 heeft appellant per 4 juli 2007 (verdere) uitkering van ziekengeld aan betrokkene geweigerd. Bij besluit van 20 december 2007 (hierna: het bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 2 juli 2007 ongegrond verklaard.

2.1. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigd, met de opdracht aan appellant om met inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

2.2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft appellant onvoldoende gemotiveerd dat betrokkene, ondanks zijn beperkingen voor productiepieken en deadlines, geschikt is te achten voor zijn eigen werk als magazijnmedewerker. Blijkens de rapportage van de arbeidsdeskundige van 27 september 2007 komt de werkdruk met name van spoedeisende orders. De rechtbank acht het onduidelijk hoe vaak spoedeisende orders voorkomen en of deze beperkt blijven tot de seizoenspiek. Daarnaast stelt de rechtbank dat uit een telefoonnotitie van de bezwaarverzekeringsarts van 12 oktober 2007 blijkt dat betrokkene bij de seizoenspiek hulp kreeg waar nodig. De rechtbank verwijst in dit verband naar een uitspraak van de Raad van 31 januari 2007, LJN AZ7665, waarin is overwogen dat in het geval het dienstverband in de laatstelijk uitgeoefende functie is verbroken, bij de vaststelling van de in aanmerking te nemen arbeid de specifieke bij dat dienstverband behorende werkomstandigheden buiten beschouwing dienen te blijven.

3. Appellant kan zich niet met het onder 2.2 weergegeven oordeel van de rechtbank verenigen. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft appellant een nadere rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige G.J.W. van der Hulst van 17 augustus 2009 overgelegd.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Naar aanleiding van hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd stelt de Raad vast dat in geschil is de vraag of in de in aanmerking te nemen arbeid van betrokkene, de functie van magazijnmedewerker, sprake is van veelvuldige deadlines/productiepieken dan wel van een continu hoog handelingstempo.

4.3. De Raad beantwoordt deze vraag, anders dan de rechtbank, ontkennend. De Raad overweegt daartoe dat de bezwaararbeidsdeskundige Van der Hulst ten aanzien van de in aanmerking te nemen arbeid nader onderzoek heeft gedaan. De bezwaararbeidsdeskundige heeft op 17 augustus 2009 (nader) telefonisch contact gehad met de voormalige werkgever van betrokkene en hiervan in een rapport van gelijke datum verslag gedaan. Uit de rapportage komt naar voren dat wanneer er een spoedbestelling aan de orde was er werd gekeken of deze die dag nog mee kon per post dan wel op transport, of tot de volgende dag moest wachten.

Bij de seizoenspiek, maar ook bij een toename van bestellingen, vakantieperiodes of bij ziekte, werd gebruikt gemaakt van extra personeel (uitzendkrachten).

De bezwaararbeidsdeskundige komt vervolgens tot de conclusie dat structureel sprake was van een normaal werktempo, waarbij soms wat moest worden aangezet om het werk voor een bepaalde tijd afgerond te krijgen, maar dat dit niet te beschouwen is als een feitelijk hoog handelingstempo of als het voorkomen van (veelvuldige) deadlines/productiepieken. De Raad heeft onvoldoende redenen om aan de juistheid van bevindingen en conclusie van deze bezwaararbeidsdeskundige te twijfelen.

4.4. De Raad is gelet op het vorenstaande van oordeel dat appellant op goede gronden heeft kunnen besluiten betrokkene met ingang van 4 juli 2007 niet meer ongeschikt te achten voor zijn arbeid en dat hij met ingang van die datum geen recht (meer) heeft op ziekengeld ingevolge de ZW. Het hoger beroep van appellant slaagt, de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd en het inleidend beroep moet alsnog ongegrond worden verklaard.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en H. Bolt en J. Riphagen als leden in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2010.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) M.A. van Amerongen.

KR