Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL8029

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-03-2010
Datum publicatie
19-03-2010
Zaaknummer
09-2396-W
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om wraking. In hetgeen door verzoekster aan haar verzoek om wraking ten grondslag is gelegd, zijn geen feiten of omstandigheden gelegen die specifiek betrekking hebben op de persoon van één of meer van de betrokken rechters in het onderhavige geval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak op 16 maart 2010 van de

meervoudige kamer

Zitting hebben:

J.C.F. Talman, als voorzitter, R.H.M. Roelofs, H.J. de Mooij als leden, in tegenwoordigheid van griffier M.C.T.M. Sonderegger.

zaaknr. 09/2396-W

Uitspraak op het verzoek op grond van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van [Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster), om wraking van J.J.A. Kooijman, O.L.H.W.I. Korte en E.E.V. Lenos als rechters in het geding 09/2396.

De Raad:

De beslissing luidt: Wijst het verzoek om wraking af.

Deze beslissing is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Op grond van artikel 8:15 van de Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een wrakingsgrond moet zodoende zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de (persoon van de) rechter die de zaak behandelt. Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van de Awb (PG Awb II, blz 410) is de ratio van het instituut van de wraking gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van rechterlijke partijdigheid.

Bij brief van 18 februari 2010 is door O.M. van Os, gemachtigde van verzoekster, het verzoek aan de Raad voorgelegd om aan de hand van objectieve criteria de onpartijdigheid van de rechters J.J.A. Kooijman, O.L.H.W.I. Korte en E.E.V. Lenos te onderzoeken.

In dit verband wordt aangevoerd dat de rechters hun oordeel zullen baseren op onjuiste of onvolledige feiten en gegevens.

De Raad is van oordeel dat in hetgeen door verzoekster aan haar verzoek om wraking ten grondslag is gelegd, geen feiten of omstandigheden zijn gelegen die specifiek betrekking hebben op de persoon van één of meer van de betrokken rechters in het onderhavige geval. Het verzoek dient dan ook te worden afgewezen.

Waarvan proces-verbaal,

Utrecht, 16 maart 2010

De voorzitter,De griffier,