Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL7153

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-02-2010
Datum publicatie
11-03-2010
Zaaknummer
09-4528 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Naar vaste rechtspraak van de Raad, zoals deze blijkt uit onder andere zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu noch uit het verzoekschrift noch ter zitting van de Raad is gebleken van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in de genoemde bepaling van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4528 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 mei 2009, 08/2045,

in het geding tussen:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 25 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 12 mei 2009, 08/2045.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2010. Verzoeker is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.1. Verzoeker heeft in zijn verzoek gesteld - samengevat - dat de Raad in zijn uitspraak van 12 mei 2009 een aantal feiten niet juist heeft vastgesteld, heeft verzuimd zijn eigen jurisprudentie toe te passen en tot een onjuist oordeel over de betrokken zaak is gekomen.

2.2. Naar vaste rechtspraak van de Raad, zoals deze blijkt uit onder andere zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu noch uit het verzoekschrift noch ter zitting van de Raad is gebleken van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in de genoemde bepaling van de Awb.

3. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter en R. Kooper en C. van Viegen als leden, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2010.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) R.L.G. Boot.

SG