Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL6750

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-03-2010
Datum publicatie
09-03-2010
Zaaknummer
09-1535 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tijdens hoger beroep is een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 80 tot 100%. Vernietiging de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het eerdere besluit geheel in stand zijn gelaten. Proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1535 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 2 februari 2009, 07/1230 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 5 maart 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A. Faber-Speksnijder, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp te Assen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Op verzoek van de Raad heeft de als deskundige benoemde psychiater dr. H.N. Sno op 5 oktober 2009 een rapport uitgebracht.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 22 januari 2010. Partijen zijn - met voorafgaand bericht - niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft zich met ingang van 1 december 2004 ziekgemeld wegens psychische klachten.

1.2. Bij besluit van 18 augustus 2006 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant na afloop van de wachttijd met ingang van 30 augustus 2006, geen recht op uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is ontstaan.

1.3. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 13 april 2007 heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit

van 13 april 2007 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en de rechtgevolgen van het besluit geheel in stand gelaten. De rechtbank heeft aanvullende beslissingen gegeven over de proceskosten en het griffierecht.

3.1. Het hoger beroep van appellant is uitsluitend gericht tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 13 april 2007.

3.2. Hangende het hoger beroep heeft het Uwv op 21 januari 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid per 30 augustus 2006 is vastgesteld op 80 tot 100%. Het Uwv heeft onder verwijzing naar de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de Raad verzocht deze nieuwe beslissing in de procedure te betrekken.

3.3. Bij faxbericht van 21 januari 2010 heeft appellant aan de Raad medegedeeld dat hij zich met de uitkomst van het besluit van 21 januari 2010 kan verenigen. Verzocht is om veroordeling in de proceskosten die zijn gemaakt in beroep en hoger beroep.

4.1. Er bestaat geen ruimte om, onder overeenkomstige toepassing van de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb, bij de behandeling van het hoger beroep tevens een oordeel te geven over het besluit van 21 januari 2010, nu met dit nadere besluit geheel is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant.

4.2. Gelet op het standpunt van het Uwv zoals neergelegd in het besluit van 21 januari 2010 en de reactie van appellant op dit besluit, is de Raad van oordeel dat de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 13 april 2007 geheel in stand zijn gelaten, vernietigd dient te worden.

5. Appellant heeft verzocht om vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep. De Raad stelt vast dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak reeds een beslissing heeft gegeven omtrent de vergoeding van de proceskosten in beroep. De Raad acht daarom slechts termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 13 april 2007 geheel in stand zijn gelaten;

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag groot € 322,-;

Bepaalt dat het Uwv aan appellant het betaalde griffierrecht van € 110,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en R. Kruisdijk als leden, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2010.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) A.E. van Rooij.

EK