Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL6670

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-03-2010
Datum publicatie
09-03-2010
Zaaknummer
09-638 WAZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAZ-uitkering te heropenen met ingang van de datum van intrekking. Beleidsregels. Buitenwettelijk, begunstigend beleid. Terughoudende toetsing. Beleid consistent toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/638 WAZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 18 december 2008, 08/958

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 3 maart 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.F.E. Frommé, werkzaam bij Juridische Dienstverlening Nederland B.V., hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 20 januari 2010, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende, voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Het Uwv heeft bij een in rechte onaantastbaar geworden besluit van 8 februari 2006 de uitkering van appellante ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) met ingang van 1 januari 2004 ingetrokken. Daaraan ligt het standpunt ten grondslag dat appellante de informatievoorschriften niet is nagekomen door de jaarstukken en aangifte IB 2004 niet tijdig in te zenden, waardoor het recht op uitkering vanaf 1 januari 2004 niet is vast te stellen.

1.2. Appellante heeft bij brief van 14 september 2007, door het Uwv op 17 september 2007 ontvangen, de eerder gevraagde jaarstukken en aangiften IB van 2004 en 2005 alsnog ingezonden en het Uwv verzocht de WAZ-uitkering te heropenen. Bij besluit van 15 februari 2008 heeft het Uwv met ingang van 17 september 2007 de WAZ-uitkering heropend, omdat eerst met ingang van laatstgenoemde datum appellante aan haar verplichtingen heeft voldaan. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is door het Uwv bij besluit van 6 mei 2008 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard met verwijzing naar artikel 6 van de Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006 (hierna: Beleidsregels).

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellante haar vordering dat de WAZ-uitkering dient te worden heropend met ingang van de datum van intrekking gehandhaafd. Appellante heeft daartoe aangevoerd dat het Uwv ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de bijzondere omstandigheden die het haar destijds onmogelijk hebben gemaakt om tijdig de gevraagde informatie te verschaffen. Appellante meent voorts dat ten gevolge van de intrekking van haar uitkering er sprake is van een ongeoorloofde ontneming van eigendomsrechten.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. In de WAZ is geen regeling opgenomen voor de heropening van de uitkering in de situatie dat deze uitkering is ingetrokken op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d van die wet.

4.2. Het Uwv past in (onder meer) deze situatie de Beleidsregels toe. De Raad merkt deze Beleidsregels aan als buitenwettelijk, begunstigend beleid. Naar vaste rechtspraak van de Raad dient een dergelijk beleid door de bestuursrechter terughoudend te worden getoetst (zie onder meer de uitspraak van 26 juni 2009, LJN BJ2393). Dit houdt in dat de aanwezigheid en de toepassing van dat beleid als een gegeven wordt aanvaard met dien verstande dat wordt getoetst of een zodanig beleid op consistente wijze is toegepast. De Raad is van oordeel dat dit beleid in dit geval op consistente wijze is toegepast door hervatting van de uitkering met ingang van de dag dat het Uwv alsnog de gevraagde gegevens heeft ontvangen, 17 september 2007.

4.3. Nu het in deze procedure slechts gaat over de hervatting van de uitkering vanaf het moment waarop de gevraagde gegevens door het Uwv zijn ontvangen, kunnen de door appellante aangevoerde gronden met betrekking tot de intrekking van de uitkering met ingang van 1 januari 2004 reeds om die reden niet slagen.

5. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door T. Hoogenboom als voorzitter en C.P.J. Goorden en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2010.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) D.E.P.M. Bary.

EF