Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL6394

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-02-2010
Datum publicatie
04-03-2010
Zaaknummer
08-5411 TOG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging recht op tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 vanaf het vierde kwartaal van 2007. Op de grond dat betrokkene weliswaar beperkingen heeft en op bepaalde gebieden extra zorg nodig heeft, maar dat zij over het geheel genomen ten opzichte van een gemiddelde leeftijdgenoot niet beduidend meer extra zorg en hulp nodig heeft. De Raad onderschrijft de overwegingen op grond waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat het Beoordelingsinstrument TOG voor een te lage score oplevert om vanaf het vierde kwartaal van 2007 nog langer voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5411 TOG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 29 augustus 2008, 08/183 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: SVB)

Datum uitspraak: 23 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.H.M. Verstraten, advocaat te Venlo, hoger beroep ingesteld.

SVB heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2009. Appellante is niet verschenen. SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A.J. Groenendaal en drs. G.A.C.G. Durlinger, beiden werkzaam bij Sociale verzekeringsbank.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een volledig overzicht van de van belang zijnde feiten en omstandigheden en de toepasselijke regelgeving verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.1. Appellante ontving met ingang van het tweede kwartaal van 2003 een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (hierna: TOG 2000) voor haar dochter [B.], die lijdt aan de huidziekte psoriasis.

1.2. Bij besluit van 31 augustus 2007 heeft SVB het recht op tegemoetkoming voor [B.] vanaf het vierde kwartaal van 2007 beëindigd. Hieraan ligt ten grondslag het door ClientFirst op 20 juli 2007 op verzoek van SVB uitgebrachte medisch advies, waarin is geconcludeerd dat [B.] weliswaar beperkingen heeft en op bepaalde gebieden extra zorg nodig heeft, maar dat zij over het geheel genomen ten opzichte van een gemiddelde leeftijdgenoot niet beduidend meer extra zorg en hulp nodig heeft.

1.3. Bij besluit van 17 januari 2008 heeft SVB het bezwaar tegen het besluit van 31 augustus 2007 ongegrond verklaard op basis van het door ClientFirst op 20 december 2007 uitgebrachte nader medisch advies. In dat advies is geconcludeerd dat er in bezwaar geen nieuwe medische gegevens of omstandigheden zijn ingebracht die tot een wijziging van de beoordeling van de hulpbehoevendheid zouden moeten leiden.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 17 januari 2008 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad onderschrijft de overwegingen op grond waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat het Beoordelingsinstrument TOG voor [B.] een te lage score oplevert om vanaf het vierde kwartaal van 2007 nog langer voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen.

4.2. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met hetgeen zij in eerste aanleg heeft aangevoerd, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad dan ook niet tot een ander oordeel kunnen brengen.

4.3. De Raad benadrukt nog dat met de maatschappelijke problemen die [B.] ondervindt door haar handicap en die zich uiten in gedragsproblemen (schaamtegevoel, onbegrip, negatief zelfbeeld) met het effect dat zij zich tegen iedereen afzet, voldoende rekening is gehouden door het toekennen van 1 punt voor bezighouden, handreikingen in verband met het geven van aandacht aan de verwerking van haar ziekte.

4.4. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en J.N.A. Bootsma en H.C.P. Venema als leden, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2010.

(get.) R.M. van Male.

(get.) J. Waasdorp.

mm