Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL6313

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-02-2010
Datum publicatie
04-03-2010
Zaaknummer
08-3384 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing van het verzoek van appellant om € 54.000,00 schadevergoeding toe te kennen. Appellant stelt dat de verlaging van zijn WAO-uitkering per 9 september 2004 hem dwong om een lopende pensioenverzekering te laten afkopen, waardoor hij de eindwaarde van € 54.000,00 moet missen. Hij vraagt het Uwv hem hiervoor schadeloos te stellen. In haar uitspraak van 2 juni 2005 wees de rechtbank vergoeding van deze schadepost al af en de Raad volstaat met de verwijzing naar deze, tussen partijen onherroepelijk vaststaande, uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/3384 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 29 april 2008, 07/4249 (hierna: de aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 26 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant stelde hoger beroep in en zond desgevraagd de tussen partijen gewezen uitspraak van de rechtbank van 2 juni 2005 (04/3122) in.

Het Uwv voerde verweer.

Het onderzoek ter zitting vond plaats op 15 januari 2010, waar appellant verscheen en het Uwv zich liet vertegenwoordigen door B. de Weijer.

II. OVERWEGINGEN

1. Het beroep richt zich tegen het besluit van 12 september 2007, waarbij het Uwv handhaaft zijn besluit van 5 juni 2007 tot afwijzing van het verzoek van appellant om € 54.000,00 schadevergoeding toe te kennen.

2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

3.1. De Raad gaat uit van de feiten zoals de rechtbank deze vaststelde. Deze feiten zijn door partijen niet bestreden en komen op het volgende neer.

3.2. Met ingang van 9 september 2004 verlaagde het Uwv appellants uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO): appellant werd ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 45-55% in plaats van 80-100%. Op 22 april 2005 herriep, tijdens het tussen partijen bij de rechtbank lopende beroep, het Uwv dit herzieningsbesluit en verhoogde de WAO-uitkering van appellant per 9 september 2004 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%.

4. Appellant stelt dat de verlaging van zijn WAO-uitkering per 9 september 2004 hem dwong om een lopende pensioenverzekering te laten afkopen, waardoor hij de eindwaarde van € 54.000,00 moet missen. Hij vraagt het Uwv hem hiervoor schadeloos te stellen.

5. In haar uitspraak van 2 juni 2005 wees de rechtbank vergoeding van deze schadepost al af en de Raad volstaat met de verwijzing naar deze, tussen partijen onherroepelijk vaststaande, uitspraak.

6. Het hoger beroep slaagt daarom niet.

7. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) A.E. van Rooij.

JL