Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL6089

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-02-2010
Datum publicatie
02-03-2010
Zaaknummer
08-3367 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Eigenrisicodrager. Verhaalsbesluit. Een verzoek van een eigen risicodrager om terug te keren naar het publieke bestel moet worden aangemerkt als een verzoek om terug te komen van het toestemmingsbesluit voor het eigen risicodragerschap. Een verzoek om terug te komen van het toestemmingsbesluit valt buiten de procedure over een verhaalsbesluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/3367 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2008, 07/982 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. X. Evers, werkzaam bij Koninklijke Metaalunie te Nieuwegein, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2010. Voor appellante is verschenen mr. Evers voornoemd. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is met ingang van 1 juli 2004 eigen risicodrager geworden voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Bij besluit van 2 november 2006 (hierna: het verhaalsbesluit) heeft het Uwv aan appellante medegedeeld dat zij verantwoordelijk is voor het betalen van de WAO-uitkering van haar voormalige werknemer [werknemer]. Over de periode 1 juli 2004 tot 17 maart 2006 heeft het Uwv de WAO-uitkering ter hoogte van € 30.050,65 aan de werknemer betaald. Het Uwv verhaalt dit bedrag op appellante.

1.2. Appellante heeft tegen het verhaalsbesluit bezwaar gemaakt, waarbij onder meer is aangevoerd dat het Uwv in zijn onderzoeks- en inlichtingenplicht tekort is geschoten door appellante niet te wijzen op het bestaan van de WAO-uitkering van de werknemer. Voorts heeft appellante verzocht om toepassing van het terugkeerbeleid.

1.3. Bij besluit van 16 maart 2007 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en het verzoek van appellante om terug te keren naar het publieke bestel afgewezen omdat zij niet aan de voorwaarden van het terugkeerbeleid voldoet.

2. Namens appellante is tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep, voor zover gericht tegen de weigering appellante terug te laten keren naar het publieke bestel, niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het Uwv in het bestreden besluit voor de eerste maal heeft besloten op de aanvraag van appellante om met terugwerkende kracht in het publieke bestel terug te keren en dat dit onderdeel van het bestreden besluit als een primair besluit moet worden aangemerkt, waartegen bezwaar openstaat. De rechtbank heeft het beroep voor het overige ongegrond verklaard.

3. Het hoger beroep richt zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep, voor zover dit ziet op de weigering om appellante terug te laten keren naar het publieke bestel. Aangevoerd is dat het Uwv in het bestreden besluit geen bezwaarclausule heeft opgenomen, maar dat is aangegeven dat wanneer appellante het niet eens is met de afwijzing, zij in beroep kan gaan bij de rechtbank. Appellante meent dat het instellen van beroep in deze omstandigheden niet kan worden bestraft met een niet-ontvankelijkverklaring. Voor de zekerheid is echter namens appellante alsnog een bezwaarschrift ingediend bij het Uwv. Bij besluit van 27 maart 2009 heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard. Hierover is een beroepszaak aanhangig bij de rechtbank Amsterdam. Zowel in die beroepszaak als in het onderhavige hoger beroep zijn namens appellante grieven aangevoerd tegen de berekening die het Uwv voor de toepassing van het terugkeerbeleid heeft gemaakt.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1. Zoals de Raad al vaker heeft overwogen moet een verzoek van een eigen risicodrager om terug te keren naar het publieke bestel worden aangemerkt als een verzoek om terug te komen van het toestemmingsbesluit voor het eigen risicodragerschap. Een verzoek om terug te komen van het toestemmingsbesluit valt buiten de procedure over een verhaalsbesluit. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak dat de weigering om appellante te laten terugkeren naar het publieke bestel is aan te merken als een primair besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De rechtbank heeft derhalve het beroep tegen dit onderdeel van het bestreden besluit terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad kan derhalve thans niet inhoudelijk ingaan op de grieven over de toepassing van het terugkeerbeleid. De rechtbank zal hierover een oordeel moeten geven in de beroepsprocedure die bij haar aanhangig is over het onder 3 genoemde besluit op bezwaar van 27 maart 2009.

4.2. Uit hetgeen hiervoor onder 4.1 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

4.3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en C.W.J. Schoor en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2010.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) T.J. van der Torn.

TM