Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL6083

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-02-2010
Datum publicatie
02-03-2010
Zaaknummer
09-2566 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2566 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 30 maart 2009, 08/687 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 19 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D. van der Wal, advocaat te Buitenpost, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 januari 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Wal. Het Uwv was vertegenwoordigd door T.R. Vallinga.

II. OVERWEGINGEN

1. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellant gericht tegen het besluit van 6 maart 2008 - waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, de WAO-uitkering van appellant per

20 december 2007 heeft herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% - ongegrond verklaard.

2. Appellant heeft zich in zijn hoger beroepschrift op het standpunt gesteld dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak niet op voldoende wijze is ingegaan op de door hem bij zijn brief van 18 februari 2009 ingediende nadere gronden.

3.1. De Raad volgt appellant niet in dit standpunt.

3.2. In zijn brief van 18 februari 2009 heeft appellant gereageerd op de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts van 6 november 2008 en de bezwaararbeidsdeskundige van 10 november 2008. Appellant heeft zich in zijn brief - kort samengevat - wederom op het standpunt gesteld dat op onvoldoende wijze rekening is gehouden met de knieproblemen die hij heeft.

3.3. In de aangevallen uitspraak is de rechtbank in overweging 3.2 ingegaan op de voor appellant vastgestelde beperkingen op het gebied van knielen en hurken.

3.4. In de aangevallen uitspraak is de rechtbank in overweging 3.3 ingegaan op de geschiktheid voor appellant van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies. De rechtbank heeft in haar overwegingen betrokken de opvatting van de bezwaarverzekeringsarts, de informatie verkregen uit de behandelende sector en de opvatting van appellant.

3.5. Dat de rechtbank tot een ander oordeel is gekomen dan appellant gelet op zijn brief van 18 februari 2009 juist acht, doet er niet aan af dat de rechtbank de beroepsgronden van appellant als neergelegd in zijn brief van 18 februari 2009 heeft besproken.

3.6. Voor het door appellant ter zitting van de Raad ingenomen standpunt dat hij, kort samengevat, niets met zijn knie kan, is - gelet op de informatie afkomstig vanuit de appellant behandelende sector - geen medisch objectiveerbare grond aanwezig.

3.7. Appellant heeft in hoger beroep overigens geen gronden ingediend die niet reeds in beroep naar voren zijn gebracht. De Raad kan zich geheel vinden in de overwegingen van de rechtbank en het op basis van deze overwegingen door de rechtbank gegeven oordeel omtrent deze gronden.

3.8. Het hoger beroep treft mitsdien geen doel.

De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2010.

(get.) J. Brand.

(get.) M.A. van Amerongen.

JL