Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL4596

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-01-2010
Datum publicatie
19-02-2010
Zaaknummer
09-1366 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het bezwaar tegen de aankondiging van de terugvordering is terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/1366 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 20 januari 2009, 08/1872 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het dagelijks bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân (hierna: dagelijks bestuur)

Datum uitspraak: 26 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft I.T. Martens, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.1. Bij besluit van 25 januari 2008 heeft het dagelijks bestuur de bijstand van appellant met ingang van 1 januari 2008 ingetrokken. In dit besluit is tevens aangegeven dat de aan appellant verstrekte bijstand over de periode van 26 september 2007 tot en met 31 december 2007 van hem zal worden teruggevorderd en dat hij daarover nader bericht ontvangt.

1.2. Tegen de aangekondigde terugvordering heeft appellant bezwaar gemaakt.

1.3. Bij besluit van 2 juli 2008 heeft het dagelijks bestuur het bezwaar tegen de aankondiging van de terugvordering niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de aankondiging niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

1.4. Appellant heeft tegen het besluit van 2 juli 2008 beroep ingesteld.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de bestreden mededeling is aan te merken als een aankondiging dat er te zijner tijd een terugvorderingsbesluit zal volgen, en niet als een beslissing die gericht is op een (publiekrechtelijk) rechtsgevolg.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad kan zich verenigen met hetgeen de rechtbank heeft overwogen. Hij voegt daar nog het volgende aan toe. Volgens vaste rechtspraak, zie onder meer de uitspraak van de Raad van 24 november 2009, LJN BK4515, is gelet op artikel 60, eerste lid, van de WWB, het terug te vorderen bedrag een essentieel onderdeel van een besluit tot terugvordering. In het besluit van 25 januari 2008 wordt de bijstandsuitkering van appellant ingetrokken en aangekondigd dat een terugvorderingsbesluit zal volgen. Een terugvorderingsbedrag wordt in dat besluit niet vermeld. De mededeling in het besluit van 25 januari 2008 betreft dan ook een aankondiging van de terugvordering, dat wil zeggen een mededeling van informatieve aard die niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb kan worden aangemerkt.

4.2. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2010.

(get.) J.F. Bandringa.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger.

mm