Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL4302

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-02-2010
Datum publicatie
18-02-2010
Zaaknummer
09-1342 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Er bestaat geen aanleiding om tot het oordeel te komen dat met de beperkingen van appellante, zoals die naar voren zijn gebracht onvoldoende rekening is gehouden door de bezwaarverzekeringsarts. Geschiktheid voorgehouden functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1342 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 januari 2009, 08/1384 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 17 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E. Wolter, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 januari 2010. Appellante is verschenen bij gemachtigde en het Uwv was vertegenwoordigd door A.P. Prinsen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 11 oktober 2007 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat haar WAO-uitkering, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%, per 11 december 2007 wordt herzien en nader vastgesteld naar een mate van 45-55%.

1.2. Bij besluit van 27 februari 2008 heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 11 oktober 2007 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het besluit van 27 februari 2008 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

3.1. Appellante heeft zich niet met de aangevallen uitspraak kunnen verenigen en heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij op en na 11 december 2007 niet in staat was tot het verrichten van arbeid. Zij acht zich ongeschikt voor de voorbeeldfuncties die haar zijn voorgehouden. Op medische gronden is zij volledig en in ieder geval meer dan 45-55% arbeidsongeschikt. Ze heeft nog altijd veel lichamelijke en psychische klachten en daarvoor staat ze onder specialistische behandeling. Een afname van haar beperkingen heeft ze nog niet bemerkt.

3.2. De Raad overweegt als volgt.

3.3. Appellante heeft in hoger beroep in essentie de gronden van het beroep herhaald. Deze gronden zijn door de rechtbank gemotiveerd verworpen en appellante heeft niet aangegeven waarom zij van mening is dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. De Raad heeft in hetgeen appellante naar voren heeft gebracht geen aanknopingspunten gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank in de aangevallen uitspraak is gekomen. De Raad maakt de overwegingen van de rechtbank tot de zijne. Er bestaat geen aanleiding om tot het oordeel te komen dat met de beperkingen van appellante, zoals die naar voren zijn gebracht in ondermeer de brief van psychiater F.P.J. Derks van 3 november 2008, onvoldoende rekening is gehouden door de bezwaarverzekeringsarts.

4. Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2010.

(get.) J. Brand.

(get.) M.A. van Amerongen.

TM