Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL4299

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-02-2010
Datum publicatie
18-02-2010
Zaaknummer
09-1248 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden. De omstandigheid dat de verzekeringsartsen van het Uwv naar de mening van verzoeker onvoldoende onderzoek hebben verricht kan op zich niet als zodanig worden aangemerkt. Dit geldt eveneens voor verzoekers stelling dat hij daardoor niet in staat is nieuwe feiten en omstandigheden aan te voeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1248 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),

om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 januari 2009, 06/582,

in het geding tussen:

verzoeker

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 17 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 januari 2010. Namens verzoeker is mr. De Jonge verschenen. Het Uwv heeft zich – met voorafgaand bericht – niet doen vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht, heeft de Raad, oordelend op het hoger beroep van verzoeker, de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 januari 2006, 05/2903, bevestigd. Verder heeft de Raad bij die uitspraak beslissingen gegeven over vergoeding van proceskosten en betaling van het griffierecht.

2. Verzoeker acht herziening van de uitspraak aangewezen, omdat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen van het Uwv niet volledig is geweest. Eerst indien dit onderzoek volledig en zorgvuldig wordt uitgevoerd, is verzoeker in staat nieuwe feiten en omstandigheden aan te voeren. Voorts zijn in de uitspraak van de Raad niet alle medische feiten en omstandigheden vermeld, is er sprake van een foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van de bewijslastverdeling, zodat herziening ook om deze redenen aangewezen is.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden voor de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift voor de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3.2. Naar vaste jurisprudentie van de Raad, zoals deze blijkt uit onder andere zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), kan in het kader van het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening slechts worden beoordeeld of op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb juncto artikel 21 van de Beroepswet herziening aangewezen is. Een hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de betrokken uitspraak kan in dit kader niet worden gevoerd.

3.3. Nu door de gemachtigde van verzoeker geen feit of omstandigheid in de zin van genoemd artikellid naar voren is gebracht, dient het verzoek om herziening te worden afgewezen. De omstandigheid dat de verzekeringsartsen van het Uwv naar de mening van verzoeker onvoldoende onderzoek hebben verricht kan op zich niet als zodanig worden aangemerkt. Dit geldt eveneens voor verzoekers stelling dat hij daardoor niet in staat is nieuwe feiten en omstandigheden aan te voeren. Met betrekking tot de overige aangevoerde argumenten verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 16 september 2009 (LJN BJ8237) waarin is overwogen dat deze niet als feit of omstandigheid in de zin van genoemd artikellid zijn aan te merken.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2010.

(get.) H. Bolt.

(get.) A.L. de Gier.

EK