Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL3934

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-02-2010
Datum publicatie
16-02-2010
Zaaknummer
09-2619 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Handhaving toekenning partnertoeslag ingaande 1 maart 2008. De Minister heeft bij zijn besluit van 1 juli 2008 overwogen dat, nu de aanvraag op 18 maart 2008 is ontvangen, gelet op het bepaalde in artikel 3.21, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) de partnertoeslag niet kan worden toegekend per een datum gelegen voor 1 maart 2008. Het beroep van appellant op de in artikel 11.5 van de Wsf 2000 vervatte hardheidsclausule is door de Minister niet gehonoreerd. De Raad heeft in hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd geen enkel aanknopingspunt gevonden om tot een ander oordeel te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2619 WSF

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 31 maart 2009, 08/698 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep).

Datum uitspraak: 5 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

In dit geding is een uitspraak aan de orde over een besluit dat is genomen door de IB-Groep. Op 1 januari 2010 is de Wet van 15 oktober 2009 tot intrekking van de Wet verzelfstandiging informatiseringsbank en wijziging van diverse wetten in verband met de oprichting van de Dienst Uitvoering Onderwijs in werking getreden. Als gevolg hiervan is de IB-Groep opgehouden te bestaan. Ingevolge artikel XXI, eerste lid, van de wet treedt in dit geding de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister) in de plaats van de IB-Groep. In deze uitspraak wordt onder de Minister tevens verstaan de IB-Groep.

Namens appellant heeft mr. B. van Dijk, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

De Minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2009. Zoals aangekondigd, is appellant niet verschenen. Voor de Minister is verschenen mr. drs. E.H.A. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Met een formulier, gedagtekend 14 februari 2008, heeft appellant de Minister verzocht om toekenning van een partnertoeslag met ingang van 4 januari 2008.

1.2. Bij besluit op bezwaar van 1 juli 2008 heeft de Minister gehandhaafd zijn besluit van 24 mei 2008, waarbij aan appellant ingaande 1 maart 2008 een partnertoeslag is toegekend.

1.3. De Minister heeft bij zijn besluit van 1 juli 2008 overwogen dat, nu de aanvraag op 18 maart 2008 is ontvangen, gelet op het bepaalde in artikel 3.21, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) de partnertoeslag niet kan worden toegekend per een datum gelegen voor 1 maart 2008. Het beroep van appellant op de in artikel 11.5 van de Wsf 2000 vervatte hardheidsclausule is door de Minister niet gehonoreerd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 1 juli 2008 ongegrond verklaard.

3.1. De Raad heeft in hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd geen enkel aanknopingspunt gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad kan zich geheel verenigen met de door de rechtbank aan haar uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen en maakt deze tot de zijne. De Raad volstaat dan ook met te verwijzen naar deze overwegingen.

3.2. De aangevallen uitspraak dient derhalve te worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A.E. van Rooij

EF