Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL3858

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-02-2010
Datum publicatie
15-02-2010
Zaaknummer
09-3889 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beslaglegging ingevolgde de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Betalingsachterstand. Tijdens de zitting is namens het Uwv toegelicht dat de wijze waarop de WAO-uitkering aan appellant wordt overgemaakt een bestendige praktijk is. De Raad heeft geen aanknopingspunten voor een andersluidende opvatting en ziet binnen het relevante wettelijke kader een belemmering noch een verplichting voor het Uwv om hiervan in concrete omstandigheden af te wijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3889 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 10 juni 2009, 08/1629 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 12 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.P. de Witte, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2009. Namens appellant is verschenen mr. De Witte. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. de Rooy – Bal.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad verwijst voor de in dit geding relevante feiten naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

2. Bij besluit van 4 maart 2008 (hierna: bestreden besluit) is gehandhaafd het besluit van 14 januari 2008 waarbij appellante in kennis gesteld van het feit dat de gemeente [naam gemeente] in verband met een betalingsachterstand beslag heeft gelegd op de uitkering die hij ingevolgde de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangt.

3. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, overwegende dat de het Uwv bij het nemen van zijn besluit binnen het kader van het beslag is gebleven. In dit verband heeft de rechtbank toegelicht dat de bestuursrechter omtrent het gelegde beslag zelf geen oordeel toekomt. Dat is voorbehouden aan de burgerlijke rechter. De geldigheid van het gelegde beslag moet in dit verband als een gegeven worden beschouwd.

4. In hoger beroep heeft appellant de stelling herhaald dat de uitbetaling van het vakantiegeld in de maand mei, voor zover dit opgeteld bij de reguliere betaling de beslagvrije voet overschrijdt, ten onrechte onder het beslag valt, hetgeen volgens hem in strijd met het vaste beleid van het Uwv. Appellant heeft verzocht het bestreden besluit te vernietigen.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. Met verwijzing naar zijn uitspraak van 27 april 2007 (LJN BA4248) bevestigt de Raad de zienswijze van de rechtbank dat de bestuursrechter zich in de gegeven omstandigheden dient te beperken in zijn toetsingstaak. Enkel en alleen aan de orde is de vraag of het bestuursorgaan bij het nemen van de betalingsbeslissing gebleven is binnen het kader van het beslag.

5.3. Tijdens de zitting is namens het Uwv toegelicht dat de wijze waarop de WAO-uitkering aan appellant wordt overgemaakt een bestendige praktijk is. De Raad heeft geen aanknopingspunten voor een andersluidende opvatting en ziet binnen het relevante wettelijke kader een belemmering noch een verplichting voor het Uwv om hiervan in concrete omstandigheden af te wijken. De Raad is van oordeel dat de in rechtsoverweging 6.2 gestelde vraag dan ook bevestigend moet worden beantwoord.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2010.

(get.) R.C. Stam.

(get.) T.J. van der Torn.

TM