Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL3510

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-02-2010
Datum publicatie
11-02-2010
Zaaknummer
08-1468 WAO + 08-2190 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Vernietiging besluit (1) door rechtbank, omdat de belasting in één van de drie aan de schatting ten grondslag gelegde functies appellantes belastbaarheid overschrijdt. Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak is een gelijkluidend besluit (2) genomen, waaraan een nadere motivering ten grondslag is gelegd. Medische grondslag voldoende. De gegeven toelichting is voldoende om aan te nemen dat in de geduide functies appellantes belastbaarheid niet zodanig wordt overschreden dat deze functies niet voor haar geschikt te achten zijn. Beroep gericht tegen besluit 2 wordt ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/1468 WAO + 08/2190 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 26 februari 2008, 07/2127 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 10 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. N.E. van Uitert, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Bij het verweerschrift was gevoegd een besluit van het Uwv van 4 april 2008, welk besluit was genomen naar aanleiding van de aangevallen uitspraak, en de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige B.H.M. Bootsma van 3 april 2008 waarnaar in het eerder genoemde besluit wordt verwezen.

Nadien zijn namens appellante brieven (met bijlagen) ingezonden, gedateerd 29 april 2008 en 26 juni 2008 waarop door het Uwv bij brieven van 8 mei 2008 en 30 juni 2008 is gereageerd. Bij de brieven waren rapporten van de bezwaararbeidsdeskundige van 8 mei 2008 en de bezwaarverzekeringsarts van 27 juni 2008 gevoegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2009. Appellante is -met bericht- niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.T. Wieringa.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante ontvangt sedert 2004 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In februari 2007 is appellante in het kader van een herbeoordeling met toepassing van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheids-wetten, zoals dat besluit met ingang van 1 oktober 2004 luidde, gezien door W.D. Noorduin, verzekeringsarts, die op basis van dossierstudie, anamnese en een lichamelijk en psychisch onderzoek heeft geconcludeerd dat appellante in staat is tot het verrichten van passende arbeid en een zogenoemde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), gedateerd 1 februari 2007, heeft opgesteld. Uit het arbeidskundig onderzoek, dat op het medisch onderzoek volgde, kwam naar voren dat appellante in staat is te achten tot het vervullen van een aantal functies en dat appellantes verlies aan verdiencapaciteit daarmee was te stellen op minder dan 15%. Op grond van de bevindingen en conclusies van dit medisch en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 2 maart 2007 appellantes WAO-uitkering met ingang van 3 mei 2007 ingetrokken. Het door appellante tegen dat besluit gemaakte bezwaar is door het Uwv bij besluit van 9 augustus 2007 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verlopen en dat de medische belastbaarheid van appellante bij het bestreden besluit niet is overschat. De arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is door de rechtbank echter ondeugdelijk geacht nu de belasting in één van de drie aan de schatting ten grondslag gelegde functies, naar het oordeel van de rechtbank, appellantes belastbaarheid overschrijdt. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank heeft tevens beslissingen gegeven omtrent de vergoeding van proceskosten en griffierecht.

3. Het Uwv heeft, naar aanleiding van de aangevallen uitspraak, op 4 april 2008 een nieuw besluit (hierna: besluit 2) genomen, waarbij de WAO-uitkering van appellante, op basis van een nadere motivering van de arbeidskundige grondslag, met ingang van 3 mei 2007 is vastgesteld op minder dan 15% en het bezwaar wederom ongegrond is verklaard.

4. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd het niet eens te zijn met het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust. Tevens heeft appellante gesteld dat de belasting in de geduide functies haar belastbaarheid overschrijdt en dat de overschrijdingen onvoldoende zijn toegelicht.

5. De Raad overweegt als volgt.

5.1. Aangezien het besluit 2, dat het Uwv naar aanleiding van de aangevallen uitspraak heeft genomen, aan het beroep niet geheel tegemoet komt, wordt ingevolge de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dit beroep geacht mede te zijn gericht tegen dat besluit. De Raad zal eerst de tegen de aangevallen uitspraak gerichte gronden beoordelen en vervolgens de gronden die zich richten tegen het naar aanleiding van de aangevallen uitspraak genomen besluit 2, waarbij de arbeidskundige grondslag nader is onderbouwd.

5.2. De Raad kan zich verenigen met hetgeen in de aangevallen uitspraak is overwogen over de medische grondslag van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft de in de aangevallen uitspraak vermelde overwegingen en maakt deze tot de zijne. Aan de in hoger beroep, ter onderbouwing van haar eerder genoemde hoger beroepsgronden, overgelegde brieven van haar huisarts Schelling en reumatoloog Houtman, kan de Raad niet die betekenis toekennen die appellante daaraan toegekend zou willen zien. De Raad overweegt hiertoe als volgt.

5.3. Uit de brief van huisarts Schelling blijkt dat appellante jarenlang terugkerende episoden met depressieve klachten kent, de huisarts spreekt echter niet van een psychiatrische ziekte in engere zin. Voorts blijkt uit de brief van de huisarts dat appellante haar huisarts na 2 maart 2006 tot 26 maart 2008 niet heeft bezocht met depressieve klachten. De verwijzing naar een psychiater heeft eerst in mei 2008, een jaar na de datum in geding, plaatsgevonden en hield voornamelijk verband met depressieve klachten vanwege problematiek in de relationele sfeer. Gelet op het vorenstaande leidt de Raad, anders dan appellante, uit de brief van de huisarts niet af dat appellante op of rond de datum in geding dusdanige psychische klachten had dat de artsen van het Uwv hieraan beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid hadden moeten verbinden.

5.4. De brief van de behandelend reumatoloog geeft de Raad evenmin aanleiding tot het onderschrijven van het standpunt van appellante dat haar beperkingen zijn onderschat. De in de brief opgenomen bevindingen uit lichamelijk en röntgenologisch onderzoek waren, zo blijkt uit het rapport van verzekeringsarts Noorduijn van 1 februari 2007, bekend bij de artsen van het Uwv en zijn bij de vaststelling van appellantes belastbaarheid meegewogen. Tevens blijkt uit de door bezwaarverzekeringsarts G.W. Eibers aangepaste FML van 31 mei 2007, dat deze bevindingen hebben geleid tot het vaststellen van aanzienlijke beperkingen ten aan zien van het door appellante verrichten van arbeid. De reumatoloog geeft voorts in zijn brief niet aan dat hij ten aanzien van appellantes belastbaarheid een ander standpunt inneemt dan de artsen van het Uwv.

5.5. Tot slot verwijst de Raad naar het eerder genoemde rapport van Noorduijn waarin onder het kopje ‘beschouwing’, naar het oordeel van de Raad, voldoende gemotiveerd wordt toegelicht waarom in 2007, bij gelijke bevindingen op medisch gebied, minder zware beperkingen worden aangenomen dan in 2003. De Raad onderschrijft deze toelichting en maakt deze tot de zijne.

5.6. Gelet op het hiervoor overwogene is de Raad van oordeel dat appellantes stelling dat haar medische beperkingen niet juist zijn vastgesteld niet kan slagen. Het hoger beroep tegen het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag van het bestreden besluit slaagt om die reden niet.

5.7. Wat appellantes gronden van arbeidskundige aard betreft, overweegt de Raad als volgt. Appellante heeft met betrekking tot de drie geduide functies aangevoerd dat de belasting wat betreft aspect 4.9.0. ‘frequent reiken tijdens het werk’ zwaarder is dan de normaalwaarde en dat deze overschrijding ten onrechte door de bezwaararbeidsdeskundige niet is voorgelegd aan de bezwaarverzekeringsarts. Voorts stelt appellante ten aanzien van de functie productiemedewerker pluimveeslachterij

(Sbc-code 271070) dat sprake is van overschrijding op de normaalwaarde op het aspect 4.12.0. ‘kort cyclisch torderen’, en is appellante van mening dat de overschrijding onvoldoende is toegelicht. De Raad acht evenwel de door de bezwaararbeidsdeskundige Bootsma in diens rapport van 8 mei 2008 gegeven toelichting op deze aspecten voldoende om aan te nemen dat in die functies appellantes belastbaarheid niet zodanig wordt overschreden dat deze functies niet voor haar geschikt te achten zijn. De door appellante aangevoerde gronden tegen de in het besluit 2 vervatte arbeidskundige grondslag van de schatting slagen derhalve niet, zodat het beroep gericht tegen besluit 2 ongegrond dient te worden verklaard.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 4 april 2008 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.M. van de Kerkhof, in tegenwoordigheid van A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2010.

(get.) C.P.M. van de Kerkhof.

(get.) A.C.A. Wit.

TM