Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL2817

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-02-2010
Datum publicatie
09-02-2010
Zaaknummer
08-7044 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen.Voldoende medische grondslag. De Raad stelt vast dat bij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek een aantal klachten zijn vastgesteld die zijn vertaald in beperkingen op de FML. Er zijn geen aanknopingspunten voor het standpunt van appellant dat er meer (psychische) beperkingen hadden moeten worden aangenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/7044 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 november 2008, 08/552 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 5 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D.H. Sloof, advocaat te Almere, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Voorts heeft het Uwv een rapport van de bezwaarverzekeringsarts E.H. The-van Leeuwen van 23 februari 2008.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.H.J. van Kuilenburg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was werkzaam als schoonmaker toen hij zich met ingang van 6 september 2005 ziek meldde in verband met rugklachten. Later meldde hij ook psychische klachten.

1.2. Appellant is in het kader van de beoordeling van zijn aanspraak op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) op 30 augustus 2007 onderzocht door de verzekeringsarts J.W.A.M. Nypels. Na lichamelijk en psychisch onderzoek concludeerde Nypels in zijn rapport van dezelfde datum dat appellant is aangewezen op rugsparende, lichte werkzaamheden en op werk dat vrij is van deadlines, leidinggeven, verstoringen in het werkproces en stress. Hij legde zijn bevindingen vast in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van eveneens

30 augustus 2007. De opgevraagde informatie van de fysiotherapeut en de huisarts gaf de verzekeringsarts geen aanleiding om de FML te wijzigen. Vervolgens stelde het Uwv na arbeidskundig onderzoek bij besluit van 5 november 2007 vast dat appellant met ingang van 4 september 2007 geen recht had op een uitkering ingevolge de Wet WIA.

2. In de bezwaarprocedure was bezwaarverzekeringsarts The-van Leeuwen aanwezig bij de hoorzitting en kreeg zij de beschikking over informatie van de huisarts van 4 februari 2008. In haar rapport van 14 februari 2008 deed The-van Leeuwen verslag van haar bevindingen. Zij concludeerde dat niet is aangetoond dat er op de datum in geding sprake is van een ernstige psychiatrische stoornis die tot een urenbeperking zou moeten leiden. Uit de anamnese bij de primaire verzekeringsarts komen weliswaar stemmingsstoornissen naar voren maar in de door de primaire verzekeringsarts opgevraagde informatie van de huisarts van 5 september 2007 wordt geen melding van psychopathologie gemaakt, behoudens een enkele melding van stressklachten in 2006.De bezwaarverzekeringsarts heeft tijdens de hoorzitting voorgesteld om een psychiatrische expertise te laten verrichten, doch hieraan wilde appellant geen medewerking verlenen. Aangezien uit informatie van de huisarts geen aanwijzingen naar voren kwamen voor een ernstig depressief beeld; appellant meldde pas in november 2007 voor het eerst psychische klachten waarop antidepressiva in lage dosering werd voorgeschreven en een verwijzing volgde naar maatschappelijk werk, kwam de bezwaarverzekeringsarts tot de conclusie dat er geen medische reden was om af te wijken van het oordeel van de primaire verzekeringsarts. Na arbeidskundige herbeoordeling, waarbij één functie verviel, verklaarde het Uwv bij besluit van 5 maart 2008 (hierna: het bestreden besluit) het bezwaar van appellant tegen het besluit van 12 november 2007 ongegrond.

3.1. In de beroepsprocedure stelde appellant dat hij op grond van de psychiatrische problematiek geen werk kan verrichten en dat de functies, gelet op de belasting, niet passend zijn. Appellant overlegde een brief van psychiater M.L. Meijer van 9 april 2008, een brief van 11 juli 2008 en aantekeningen psychiatrie van sociaalpsychiatrisch verpleegkundige R.O. Jorritsma. Op deze informatie is gereageerd door bezwaarverzekeringsarts The-van Leeuwen op 4 augustus 2008 en op 15 oktober 2008.

3.2.1. De rechtbank verklaarde bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond.

3.2.2. De rechtbank zag - onder verwijzing naar de rapporten van de (bezwaar)verzekeringsarts - geen aanknopingspunten voor het standpunt van appellant dat het Uwv zijn beperkingen heeft onderschat. Voorts achtte de rechtbank, na bespreking van de opmerkingen van appellant over de signaleringen in de aan de schatting ten grondslag gelegde functies deze functies, voor de krachten en bekwaamheden van appellant berekend.

4. In hoger beroep herhaalde appellant in essentie de in eerdere fasen van de procedure naar voren gebrachte gronden tegen de medische grondslag van het bestreden besluit. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat de psychische beperkingen onderbelicht zijn gebleven is een aanmeldingsformulier ambulante hulpverlening van 14 december 2001 in geding gebracht. Desgevraagd gaf de gemachtigde van appellant ter zitting aan dat in hoger beroep alleen de juistheid van de vaststelling van de FML voor wat betreft de psychische belastbaarheid aan de orde is.

5.1. De Raad, zich beperkend tot het onder 4. geformuleerde punt van geschil, ziet geen aanleiding over de medische grondslag van het bestreden besluit anders te oordelen dan de rechtbank. De Raad kan instemmen met de reactie van de bezwaarverzekeringsarts van 23 februari 2009 waarin zij vermeldt het verwijt dat er een nader onderzoek had moeten worden verricht geen stand houdt, nu appellant heeft geweigerd mee te werken aan een in bezwaar geopperde psychiatrische expertise. Voor deze weigering kon van de zijde van appellant desgevraagd ook ter zitting overigens geen verklaring worden gegeven. Voorts is duidelijk beargumenteerd waarom appellant niet voldoet aan de criteria voor Geen Duurzaam Benutbare Mogelijkheden, dat de verwijzing voor ambulante behandeling is geschied ruim zes jaar voor de datum in geding en dat niet duidelijk is geworden tot wat voor diagnostiek of behandeling de verwijzing heeft geleid. Verder heeft de bezwaarverzekeringsarts op 25 maart 2009 gereageerd op het door appellant in geding gebrachte verslag van het psychiatrisch onderzoek van 10 februari 2009. Hieruit blijkt dat geen sprake was van een psychiatrische voorgeschiedenis bij appellant, die in 2008 in behandeling kwam. Zij zag in dit verslag ook geen aanleiding om meer beperkingen aan te nemen omdat deze informatie niet is gericht op de datum in geding (4 september 2007) en er ook overigens niet uit blijkt dat er sprake is van een ernstige psychiatrische stoornis. De Raad stelt vast dat bij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek een aantal klachten zijn vastgesteld die zijn vertaald in beperkingen op de FML. Er zijn geen aanknopingspunten voor het standpunt van appellant dat er meer (psychische) beperkingen hadden moeten worden aangenomen.

5.2. Overweging 5.1 leidt de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling van een partij in de proceskosten van een andere partij ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2010.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) M.A. van Amerongen.

IvR