Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL2140

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
05-02-2010
Zaaknummer
09-2857 AW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Griffierecht is niet betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/2857 AW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 maart 2009, 08/6440, (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden

Datum uitspraak: 20 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 28 september 2009 heeft de Raad het namens appellant door mr. A. Keulemans, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 28 september 2009 heeft mr. C.R. Rutte, advocaat te Alkmaar, namens appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 9 december 2009, waar partijen - appellant met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 20 augustus 2008 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 13 juli 2009 nader gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het verschuldigde griffierecht niet is betaald.

In het verzetschrift heeft mr. Rutte, die zich bij brief van 7 juli 2009 als opvolgend gemachtigde van appellant heeft gesteld, aangevoerd dat de brief van 13 juli 2009 ten onrechte niet is verzonden aan hem, maar aan mr. Keulemans.

Deze stelling is feitelijk onjuist. Uit de gedingstukken blijkt dat de brief van 13 juli 2009 is verzonden aan - het juiste kantooradres van - mr. Rutte.

Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen grond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

SB