Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL2121

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
05-02-2010
Zaaknummer
09-1247 WAO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. De Raad is tot de overtuiging gekomen dat mr. Demirtas als gevolg van overmacht niet in staat was om binnen de gestelde termijn het griffierecht te voldoen. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/1247 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 15 januari 2009, 08/1045, (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 20 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 5 juni 2009 heeft de Raad het namens appellant door mr. S. Demirtas, advocaat te Utrecht, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 5 juni 2009 heeft mr. Demirtas namens appellant verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2009. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Demirtas. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 5 juni 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellant niet in verzuim is geweest.

In het (aanvullend) verzetschrift heeft mr. Demirtas aangevoerd dat hij door ernstige en acute medische klachten die opname noodzakelijk maakten, in de periode waarbinnen het griffierecht diende te worden betaald niet in staat was werkzaamheden te verrichten en ook niet in de gelegenheid was tijdig een andere persoon in te schakelen om de minimaal noodzakelijke werkzaamheden in zijn eenmanspraktijk uit te voeren. Bij het (aanvullend) verzetschrift zijn medische stukken meegezonden.

Ter zitting heeft mr. Demirtas een en ander verder uiteengezet en nader toegelicht.

Gelet op de thans beschikbare gegevens is de Raad tot de overtuiging gekomen dat mr. Demirtas als gevolg van overmacht inderdaad niet in staat was om binnen de gestelde termijn het griffierecht te voldoen.

Het verzet dient daarom gegrond te worden verklaard.

Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 5 juni 2009 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Aan (de gemachtigde van) appellant zal een nieuwe termijn gegund voor het voldoen van het verschuldigde griffierecht van € 107,-.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is in de gegeven omstandigheden geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

NW