Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL1762

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-02-2010
Datum publicatie
03-02-2010
Zaaknummer
09-4529 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen gronden ingediend. Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4529 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante], (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 29 juni 2009, 08/4700 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft I.T. Martens, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht, is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Het ingediende beroepschrift bevat echter geen gronden.

Bij brief van 14 augustus 2009 is de gemachtigde van appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.

Bij brief van 10 september 2009 heeft de gemachtigde van appellante om uitstel verzocht voor het indienen van de gronden waarop het hoger beroep berust.

Bij schrijven van 17 september 2009 heeft de Raad dit verzoek ingewilligd en de termijn voor het indienen van de gronden waarop het hoger beroep berust verlengd tot en met

9 oktober 2009.

Bij zowel fax als bij brief van 9 oktober 2009 heeft de gemachtigde van appellante nogmaals om uitstel van vier weken verzocht voor het indienen van de gronden waarop het hoger beroep berust.

Bij aangetekend schrijven van 13 oktober 2009 is aan de gemachtigde van appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep kan leiden.

Bij zowel fax als bij brief van 6 november 2009 heeft I.T. Martens, voornoemd, laten weten niet langer als gemachtigde voor appellante te zullen optreden.

Bij schrijven van 9 november 2009 is appellante verzocht de Raad te berichten of zij het hoger beroep al dan niet wenst voort te zetten. Tevens is appellante erop gewezen dat in geval van voortzetting van het hoger beroep binnen vier weken de gronden waarop het hoger beroep berust in te dienen.

Appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Bij aangetekende brief van 10 december 2009 is aan appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep kan leiden.

De brief van 10 december 2009 is bij de Raad op 5 januari 2010 retour ontvangen met de mededeling “niet afgehaald”. Uit controle van de GBA van de gemeente Stampersgat blijkt dat de brief naar het juiste, door de heer I.T. Martens vermelde, adres is verzonden. Deze brief is op 5 januari 2010 nogmaals verzonden, zowel per aangetekende als per gewone post.

Appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2010.

(get.) J.J.A. Kooijman.

(get.) P.A.M. Hulsdouw.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en (andere) belanghebbenden binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

IJ