Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL1669

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-01-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
07-5618 AW + 08-4968 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

1) Korting bezoldiging met 10% wegens langdurige ziekte. 2) Verhoging korting naar 25%. Arbeidsongeschiktheid in en door de dienst? Uit de stukken komt naar voren dat er communicatieproblemen bestonden tussen appellant (ten aanzien van wie een stoornis in het autistiforme spectrum is gediagnosticeerd) en zijn leidinggevenden/collega’s, maar dat maakt de werkomstandigheden objectief bezien niet buitensporig. Volledige arbeidsongeschiktheid. Terecht korting toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

07/5618 AW + 08/4968 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraken van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 augustus 2007, 07/2169 (uitspraak 1) en van 4 juli 2008, 07/7083 (uitspraak 2),

in de gedingen tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: college)

Datum uitspraak: 21 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroepen ingesteld.

Het college heeft verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. C.J.M. Scheen, werkzaam bij CNV Publieke Zaak. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O.M. Langemeijer, werkzaam bij de gemeente ’s-Gravenhage.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant was werkzaam als medewerker administratieve organisatie/interne controle bij de afdeling [naam afdeling]. Op 3 februari 2006 is hij voor deze werkzaamheden uitgevallen wegens - hoofdzakelijk - psychische klachten. Sindsdien is hij afwisselend gedeeltelijk en volledig arbeidsongeschikt gebleven.

1.2. Bij besluit van 21 augustus 2006 heeft het college appellant meegedeeld dat zijn bezoldiging op grond van artikel 7:3 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG) met ingang van 15 augustus 2006 met 10% wordt gekort wegens langdurige ziekte. Dit besluit is na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij besluit van 5 februari 2007. Het hiertegen door appellant ingestelde beroep heeft geleid tot uitspraak 1, waarbij dat beroep ongegrond is verklaard.

1.3. Met ingang van 3 februari 2007 is de korting op de bezoldiging van appellant overeenkomstig het bepaalde in de ARG verhoogd naar 25%. Bij besluit van 4 april 2007 is appellant meegedeeld dat die korting, die recent was verlaagd omdat appellant enkele uren per week arbeidsgeschikt werd geacht, weer wordt toegepast over alle uren omdat appellant opnieuw volledig arbeidsongeschikt is. Dit besluit is na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij besluit van 7 augustus 2007. Het hiertegen ingestelde beroep van appellant heeft geleid tot uitspraak 2, waarbij dat beroep ongegrond is verklaard.

2. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.

2.1. In uitspraak 1 is terecht gesteld dat partijen van mening verschillen over de vraag of het college per in geding zijnde datum een korting mocht toepassen op de bezoldiging van appellant en meer in het bijzonder of van die korting moest worden afgezien op grond van artikel 7:3, zevende lid, van de ARG, waarin is bepaald dat recht bestaat op doorbetaling van de volledige bezoldiging als sprake is van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst.

2.2. Onder arbeidsongeschiktheid in en door de dienst wordt ingevolge artikel 7:1, eerste lid, onder d, van de ARG verstaan: arbeidsongeschiktheid die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de opgedragen werkzaamheden of in bijzondere omstan-digheden waaronder deze moesten worden verricht en die niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar zijn te wijten. Nu appellant was uitgevallen met (hoofdzakelijk) psychische klachten geldt volgens vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 4 mei 2006, LJN AX3244 en TAR 2007, 19) allereerst als eis dat vaststaat dat de werkzaamheden van de betrokkene of de omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht - objectief beschouwd - een buitensporig karakter hadden. Eerst indien aan deze eis is voldaan, komt de vraag aan de orde of er tussen de werkomstandigheden en de ontstane psychische arbeidsongeschiktheid een oorzakelijk verband aanwezig is. Het antwoord op deze vraag dient te worden gegeven op basis van gegevens van medische aard.

2.3. In uitspraak 1 heeft de rechtbank naar het oordeel van de Raad terecht overwogen dat van de werkzaamheden die appellant tot de datum van uitval op 3 februari 2006 verrichtte niet kan worden gezegd dat die een buitensporig karakter hadden in de hiervoor bedoelde zin. Uit de stukken komt naar voren dat er communicatieproblemen bestonden tussen appellant (ten aanzien van wie een stoornis in het autistiforme spectrum is gediag-nosticeerd) en zijn leidinggevenden/collega’s, maar dat maakt de werkomstandigheden objectief bezien niet buitensporig.

2.4. Voor zover appellant heeft aangevoerd dat zijn arbeidsongeschiktheid heeft voort-geduurd omdat het college de wettelijke voorschriften met betrekking tot re-integratie niet heeft nageleefd en hem steeds heeft belemmerd in zijn eigen werk dan wel in aangepaste werkzaamheden te hervatten, heeft de rechtbank in uitspraak 1 overwogen dat appellant met inachtneming van door de bedrijfsarts opgelegde urenbeperking steeds werkzaamheden heeft verricht gedurende de perioden van gedeeltelijke arbeidsgeschikt-heid. Daarbij is de rechtbank in uitspraak 1 uitgegaan van de in dat geding van belang zijnde periode te weten 3 februari 2006 tot 15 augustus 2006. De Raad heeft in hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat de rechtbank dit onjuist heeft gezien.

2.5. Het hiervoor overwogene onder 2.3 heeft eveneens gelding voor het besluit dat in geding was in uitspraak 2.

2.6. Ook ten aanzien van dat besluit, dat ziet op de volledige korting met 25% per 4 april 2007, heeft appellant betoogd dat de handelwijze van het college in de periode tot die datum er de oorzaak van is geweest dat hij klachten bleef houden. Appellant heeft gesteld dat zijn standpunt hierover inmiddels is bevestigd door een brief van het Uitvoerings-instituut werknemersverzekeringen (Uwv) van februari 2008, waarin het college een loonsanctie zou zijn opgelegd wegens onvoldoende re-integratieinspanningen. Appellant heeft ter zitting van de Raad om aanhouding van de behandeling van zijn zaak verzocht teneinde deze brief en de onderliggende stukken aan de Raad te kunnen toezenden.

2.7. De Raad stelt voorop dat hij niet inziet dat appellant, die wordt bijgestaan door een rechtsgeleerd raadsman, die stukken niet eerder in het geding had kunnen brengen in plaats van thans om aanhouding te verzoeken. De Raad stelt voorts vast dat het besluit van het college om de bezoldiging van appellant volledig met 25% te korten, is gebaseerd op verschillende zich wel in het dossier bevindende medische stukken, waaronder een advies van de bedrijfsarts van 28 maart 2007, waarin deze stelt dat het gezien de psychische overbelasting van appellant op dat moment onmogelijk wordt geacht hem te re-integreren in een arbeidsproces. Ook in een advies van de bedrijfsarts van 4 april 2007 wordt meegedeeld dat appellant medisch gezien volledig arbeidsongeschikt is. Bij brief van 1 mei 2007 heeft het Uwv, ingeschakeld omdat appellant zich zelf niet arbeids-ongeschikt achtte, het college desgevraagd meegedeeld dat appellant eind maart 2007 ongeschikt was voor het verrichten van het eigen werk. Bij brief van 11 juni 2007 heeft het Uwv meegedeeld dat er geen passende arbeid voor appellant binnen het bedrijf aanwezig is en dat de re-integratieinspanningen voldoende en geschikt zijn. De Raad ziet er niet aan voorbij dat de behandelend psycholoog als zijn visie te kennen had gegeven dat appellant in staat was tot het verrichten van werkzaamheden gedurende vier halve dagen per week, maar is van oordeel dat gelet op de andere medische stukken niet kan worden gezegd dat de handelwijze van het college ten tijde hier van belang zodanig is geweest dat de werkomstandigheden van appellant objectief bezien als buitensporig moeten worden aangemerkt. De behandelaar van appellant geeft immers ook aan dat de stoornis van appellant problemen in het interpersoonlijk functioneren kunnen meebrengen en dat er problemen kunnen zijn in het in proportie beoordelen van zaken. Uit de overige medische stukken komt voorts voor de Raad voldoende overtuigend naar voren dat appellant, anders dan hij zelf meent, destijds als volledig arbeidsongeschikt was te beschouwen, zodat de korting terecht werd toegepast op zijn volledige bezoldiging.

2.8. De door appellant genoemde nadere stukken uit 2008 kunnen daaraan niet afdoen. Zelfs indien daaruit naar voren zou komen dat het Uwv in 2008 ter gelegenheid van de aanvraag in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen van opvatting was dat de re-integratieinspanningen van het college op dat moment als onvoldoende zijn te bestempelen, is dat onvoldoende om aan te nemen dat de arbeidsomstandigheden van appellant ten tijde van het opleggen van de korting naar objectieve maatstaven een buitensporig karakter droegen.

Om die reden zal de Raad het verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak niet honoreren.

3. Uit het vorenstaande volgt dat de hoger beroepen van appellant niet slagen en dat de aangevallen uitspraken moeten worden bevestigd. De Raad ziet voorts geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraken.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en K. Zeilemaker en A.A.M. Mollee als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2010.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) P.W.J. Hospel.

HD