Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL1659

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-01-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
08-4242 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering (1) om appellants aanvulling op de FPU-uitkering vanaf 1 januari 2006 met 2% te indexeren en (2) om appellant de nominale eindejaars-uitkering 2006 ten bedrage van € 1.000,- toe te kennen. 1) Geen toezegginmgen omtrent indexering van de FPU-aanvulling. 2) Van een toezegging van de minister aan appellant als rechthebbende van een FPU-aanvulling op een nominale eindejaarsuitkering is géén sprake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4242 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 2 juni 2008, 07/1462 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: minister)

Datum uitspraak: 14 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft twee geschriften toegevoegd aan de gedingstukken.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 december 2009. Appellant is verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.C. Zielhorst, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Met ingang van 1 december 2005 is appellant op zijn verzoek ontslag verleend uit zijn functie van ambtenaar bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer onder toepassing van de Tijdelijke Regeling FPU PLUS VROM 2004 (hierna: VROM-regeling). Het Informatieblad bij berekening van een FPU-plus arrangement (hierna: informatieblad) maakte onderdeel uit van de gemaakte afspraken.

1.2. In een brief van 22 december 2005 heeft de minister de FPU-gerechtigden van zijn departement, onder wie appellant, op de hoogte gesteld van enkele onderdelen van het onderhandelaarsakkoord CAO sector Rijk 2005 - 2006.

1.3. Appellant heeft de minister in mei 2006 gevraagd om hem als zogenoemde FPU-plusser enige voordelen toe te kennen, die ingevolge de CAO sector Rijk 2005 - 2006 aan de actieve ambtenaren zouden toekomen. Bij het bestreden besluit van 15 maart 2007 heeft de minister - voor zover in dit geding van belang - met ongegrondverklaring van het bezwaar gehandhaafd de weigering (i) om appellants aanvulling op de FPU-uitkering vanaf 1 januari 2006 met 2% te indexeren en (ii) om appellant de nominale eindejaars-uitkering 2006 ten bedrage van € 1.000,- toe te kennen. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. Appellant heeft in hoger beroep zijn eerdere beroepsgronden gehandhaafd. De minister heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1. De indexering van de FPU-aanvulling

3.1.1. Appellant is van opvatting dat zijn FPU-aanvulling, evenals de bezoldiging van de ambtenaren in de sector Rijk, vanaf 1 januari 2006 met 2% geïndexeerd moet worden, omdat de minister dit bij zijn brief van 22 december 2005 heeft toegezegd. Appellant heeft hierbij ook gewezen op hetgeen in het informatieblad over de indexering is vermeld.

3.1.2. Aangezien de hiervoor genoemde brief niets vermeldt over (de indexering van) FPU-aanvullingen, kan de Raad appellant niet volgen in zijn stelling dat de minister in deze brief hierover toezeggingen heeft gedaan. De Raad merkt nog op, dat aan de informatie in deze brief over appellants FPU-uitkering in dit geding geen betekenis toekomt, omdat de regelgeving over de (privaatrechtelijke) FPU niet tot de competentie van de minister behoort.

Naar het oordeel van de Raad volgt ook uit de passage in het informatieblad over de indexering van de FPU-aanvulling niet dat de aanvulling als zodanig tegelijkertijd met een indexering van de bezoldiging in de sector Rijk wordt geïndexeerd.

3.1.3. Appellants grieven inzake de indexering van de FPU-aanvulling slagen dus niet.

3.2. De nominale eindejaarsuitkering

3.2.1. Appellant meent aan de brief van de minister van 22 december 2005 ook aanspraak op de nominale eindejaarsuitkering van € 1.000,- te kunnen ontlenen. Ook hierin volgt de Raad appellant niet. In deze brief wordt de bij het onderhandelaarsakkoord sector Rijk 2005 - 2006 - voor de actieve ambtenaren - tot stand gekomen verhoging van de nominale eindejaarsuitkering vermeld als één van de inkomstenaspecten die een positief effect heeft op appellants FPU-uitkering. Van een toezegging van de minister aan appellant als rechthebbende van een FPU-aanvulling op een nominale eindejaarsuitkering is géén sprake. Dat appellant onder de vigeur van de VROM-regeling geen eindejaarsuitkering zou krijgen, had de minister appellant bekend gemaakt.

Aan hetgeen appellant ter onderbouwing van zijn aanspraak op de nominale eindejaars-uitkering heeft aangevoerd over de (wijziging van de) ziektekostenregelingen en de verschillen tussen actieve en gepensioneerde ambtenaren kan de Raad, gelet op het vorenstaande, geen betekenis toekennen. Appellants grieven inzake de nominale eindejaarsuitkering 2006 slagen dus niet.

4. De Raad komt derhalve tot de conclusie dat de rechtbank het bestreden besluit terecht in stand heeft gelaten en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en K.J. Kraan en T. van Peijpe als leden, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2010.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) K. Moaddine.

HD