Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL1613

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
09-3081 WUBO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Ongegrond verklaring van het verzet. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend. Redelijkerwijs kan niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3081 WUBO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 20 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 15 oktober 2009 heeft de Raad het beroep van appellant tegen het besluit van verweerster van 24 december 2008 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 15 oktober 2009 heeft mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, advocaat te Wassenaar, namens appellant verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2009. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Dietz de Loos. Verweerster is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 15 oktober 2009 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat de het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend was 4 februari 2009. Appellant heeft bij e-mailbericht van 11 februari 2009, gericht aan verweerster, beroep ingesteld. Verweerster heeft het beroepopschrift op 3 juni 2009 doorgezonden aan de Raad.

In verzet is aangevoerd dat de overschrijding van de beroepstermijn aan appellant niet kan worden verweten, omdat hij gedurende de gehele beroepstermijn niet in staat zou zijn geweest een beroepschrift in te (laten) dienen. Verzoeker verkeert in de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Daardoor gaat al zijn post naar de bewindvoerder, hetgeen vertraging oplevert. Voorts is appellant door zijn oorlogsverleden zwaar getraumatiseerd, waardoor hij niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen.

De Raad ziet hierin geen grond voor het oordeel dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Niet aannemelijk is dat de bewindvoerder er (langer dan) zes weken over zou doen om de post van appellant te behandelen. Dat appellant als gevolg van zijn oorlogsverleden niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen, is wel gesteld maar niet onderbouwd. De Raad ziet voorts niet in waarom het wel mogelijk was op 11 februari 2009 een beroepschrift in te dienen en niet (uiterlijk) op 4 februari 2009. Ter zitting heeft appellant hiervoor ook geen bevredigende verklaring kunnen geven.

Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

Voor de goede orde stelt de Raad nog vast dat mr. Dietz de Loos bij brief van 29 juli 2009 verweerster heeft verzocht terug te komen van het - met deze uitspraak in rechte onaantastbaar geworden - besluit van 24 december 2009.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

DW