Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL1438

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-01-2010
Datum publicatie
01-02-2010
Zaaknummer
09-3639 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Het Uwv heeft middels het rapport van psychiater B. Oskam voldoende onderbouwd dat op de datum in geding op psychisch gebied geen beperkingen behoeven te worden aangenomen. Met betrekking tot de functie elektronica monteur overweegt de Raad het dat in deze functie tijdens 4 werkuren 2 maal ongeveer 30 minuten achtereen wordt gezeten en tijdens 4 werkuren 1 maal ongeveer 60 minuten achtereen. Staan komt elk uur 2 maal ongeveer 1 minuut achtereen voor en lopen elk uur 4 maal ongeveer 1 minuut achtereen. Uit deze functiebelasting blijkt dus dat elk kwartier wordt gelopen. Appellant is licht beperkt voor zitten en kan ongeveer een uur achtereen en zo nodig tijdens het grootste deel van de werkdag zitten (6-8 uur) waarbij hij regelmatig moet kunnen vertreden. Naar het oordeel van de Raad is aan deze voorwaarde voldaan doordat appellant elk kwartier even kan lopen en/of elk half uur even kan staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/3639 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 3 juni 2009, 08/1448 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 29 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. G.H. de Haan, werkzaam bij De Groot Heupner B.V. te Wijchen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2009. Appellant is verschenen bij gemachtigde, mr. De Haan. Het Uwv was vertegenwoordigd door M. Florijn. Ter zitting is het onderzoek geschorst teneinde het Uwv te laten reageren op door appellant overgelegde stukken.

Het Uwv heeft op 11 november 2009 rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige ingezonden.

Van de zijde van appellant is daarop gereageerd.

Vervolgens heeft de bezwaarverzekeringsarts op 30 november 2009 nogmaals gereageerd.

Partijen hebben toestemming gegeven om uitspraak te doen zonder nadere zitting.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant ontving een WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Bij besluit van 22 mei 2007 heeft het Uwv deze uitkering per 16 juli 2007 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%.

1.2. Bij besluit op bezwaar van 11 april 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv dit besluit gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft onvoldoende aanleiding gezien om te oordelen dat de beperkingen van appellant onvoldoende zijn verwoord in de Functionele Mogelijkheden Lijst. Door appellant zijn geen medische gegevens ingebracht die twijfel oproepen aan het door de verzekeringsartsen ingenomen standpunt met betrekking tot zijn belastbaarheid. Aan het gegeven dat appellant zijn klachten zelf ernstiger ervaart kan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend. De rechtbank heeft voorts geen aanknopingspunten gevonden om de geselecteerde functies niet voor appellant geschikt te achten.

3. In hoger beroep heeft appellant hiertegen aangevoerd dat hij acht jaren volledig arbeidsongeschikt is geacht en dat sprake was van een urenbeperking. Het Uwv heeft niet onderbouwd waarom dat niet langer het geval is. De ernst van het appellant overkomen ongeval wordt ten onrechte door het Uwv gebagatelliseerd. Hij heeft voorts aangegeven dat in de functie elektronica monteur onvoldoende mogelijkheden bestaan voor de vereiste vertreding. Daarnaast is de geluidsbelasting in de functies te hoog.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische gegevens overgelegd die twijfel doen rijzen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid. Ter zitting is gebleken dat geen nadere informatie van een KNO-arts beschikbaar is. Evenals de rechtbank acht de Raad het medische onderzoek zorgvuldig en de uitkomst niet onjuist. Met betrekking tot de urenbeperking verwijst de Raad naar de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts van 29 februari 2008, 10 november 2009 en 30 november 2009. De standaard verminderde arbeidsduur is gevolgd en er is onvoldoende aanleiding om op grond van beschikbaarheid, uit energetisch of preventief oogpunt een duurbeperking aan te nemen. Dat in het verleden - kennelijk ten onrechte - lange tijd wel een duurbeperking is aangenomen maakt dit niet anders. Het feit dat appellant inmiddels weer onder behandeling is voor psychische klachten leidt evenmin tot een ander oordeel. Het Uwv heeft middels het rapport van psychiater B. Oskam voldoende onderbouwd dat op de datum in geding op psychisch gebied geen beperkingen behoeven te worden aangenomen. Appellants opmerking dat de ernst van het hem overkomen ongeval wordt gebagatelliseerd wordt weerlegd door de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapportage van 10 november 2009, waaruit blijkt dat het geenszins de bedoeling was appellant te kwetsen of het ongeval als licht aan te merken.

4.3. Met betrekking tot de functie elektronica monteur overweegt de Raad het dat in deze functie tijdens 4 werkuren 2 maal ongeveer 30 minuten achtereen wordt gezeten en tijdens 4 werkuren 1 maal ongeveer 60 minuten achtereen. Staan komt elk uur 2 maal ongeveer 1 minuut achtereen voor en lopen elk uur 4 maal ongeveer 1 minuut achtereen. Uit deze functiebelasting blijkt dus dat elk kwartier wordt gelopen. Appellant is licht beperkt voor zitten en kan ongeveer een uur achtereen en zo nodig tijdens het grootste deel van de werkdag zitten (6-8 uur) waarbij hij regelmatig moet kunnen vertreden. Naar het oordeel van de Raad is aan deze voorwaarde voldaan doordat appellant elk kwartier even kan lopen en/of elk half uur even kan staan. De Raad wijst er voorts op dat uit de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 10 november 2009 blijkt dat de bezwaarverzekeringsarts deze functie passend acht.

4.4. De stelling dat appellant de geduide functies niet kan vervullen in verband met zijn gevoeligheid voor lawaai slaagt evenmin. In geen van de geduide functies komt een (kenmerkende) belasting voor op het item lawaai. Dat als gevolg van omgevingsfactoren in de geduide functies een te zware belasting op het gehoor van appellant wordt gelegd is dan ook niet aannemelijk.

5. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen als voorzitter, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2010.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) M.A. van Amerongen.

EK