Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL0800

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-01-2010
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
09-3950 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3950 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 9 juni 2009, 08/815 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant stelde mr. J. Heek van SRK Rechtsbijstand, hoger beroep in.

Het Uwv voerde verweer.

Het onderzoek ter zitting vond plaats op 15 december 2009, waar het Uwv zich liet vertegenwoordigen door J. van Dalfsen en mr. Heek namens appellant verscheen.

II. OVERWEGINGEN

1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 21 augustus 2008 ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en waarbij het Uwv het bezwaar van appellant tegen zijn besluit van 24 april 2008 ongegrond verklaart. Met het besluit van 24 april 2008 verlaagde het Uwv de WAO-uitkering van appellant per 25 juni 2008 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%.

2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

3.1. De Raad gaat uit van de volgende, tussen partijen niet bestreden, feiten.

3.2. Met ingang van 19 mei 1989 staakte appellant zijn werk als productiemedewerker vanwege lage rugklachten. Het Uwv kende hem per 18 mei 1990 een WAO-uitkering toe naar een arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Hieraan lag ten grondslag dat appellant zijn eigen werk om medische redenen niet langer kan verrichten, maar wel rugsparende arbeid kan verrichten.

3.3. Sinds 3 april 2000 is de WAO-uitkering van appellant in verband met toegenomen klachten verhoogd naar een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.

3.4. Op 4 december 2007 deed de verzekeringsarts heronderzoek. Hij concludeerde dat appellant is aangewezen op rug- en kniesparende arbeid en stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op. Aan de hand van die FML selecteerde de arbeidsdeskundige vier functies met een belasting binnen de grenzen van de FML. De arbeidsdeskundige heeft het loonverlies becijferd op ongeveer 33%.

3.5. De bezwaarverzekeringsarts verkreeg tijdens de bezwaarprocedure informatie van de appellant behandelende revalidatiearts. De bezwaarverzekeringsarts is het eens met de door de verzekeringsarts opgestelde FML.

4. In hoger beroep herhaalt appellant dat hij meer beperkingen heeft dan blijkt uit de FML en hij herhaalt ook zijn gespecificeerde stelling dat de belasting in de functies de grenzen van de FML overtreft.

5. De Raad kan zich volledig vinden in de verwerping van de beroepsgronden door de rechtbank. Daaraan valt niets toe te voegen.

6. Het hoger beroep slaagt niet. De Raad ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2010.

(get.) R.C. Stam.

(get.) T.J. van der Torn.

KR