Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL0367

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-01-2010
Datum publicatie
25-01-2010
Zaaknummer
09-4301 WWB-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verschuldigde griffierecht is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven op de rekening van de Raad. Mede gelet op hetgeen in het verzetschrift naar voren is gebracht (hoger beroep tegen totaal 5 uitspraken, zodat € 550,- griffierecht verschuldigd is), is de Raad van oordeel dat de brief van appellant van 9 september 2009 een verzoek om uitstel van betaling inhoudt. Ten onrechte heeft de Raad heeft daarop niet, althans niet inhoudelijk, gereageerd. In het licht van het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden verankerde recht op toegang tot de rechter, wordt appellant alsnog in de gelegenheid gesteld het in de vijf bedoelde zaken verschuldigde griffierecht te voldoen. Verzet gegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4301 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 juni 2009, 08/4473, (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

Datum uitspraak: 21 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 10 november 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 10 november 2009 heeft appellant verzet gedaan.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 10 november 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Behalve tegen de aangevallen uitspraak heeft appellant tegelijkertijd eveneens hoger beroep ingesteld tegen vier andere uitspraken van (de voorzieningenrechter van) de rechtbank Amsterdam. In verband hiermee is appellant bij - aangetekend verzonden - brieven van 7 september 2009 uitgenodigd vijf maal € 110,- griffierecht te voldoen. Bij brief van 9 september 2009 heeft appellant gemotiveerd aangegeven daartoe binnen de gestelde termijn (van vier weken) niet in staat te zijn.

Mede gelet op hetgeen in het verzetschrift naar voren is gebracht, is de Raad van oordeel dat de brief van appellant van 9 september 2009 een verzoek om uitstel van betaling inhoudt. Ten onrechte heeft de Raad heeft daarop niet, althans niet inhoudelijk, gereageerd.

In de omstandigheden van het geval ziet de Raad, in het licht van het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden verankerde recht op toegang tot de rechter, aanleiding het daarheen te leiden dat appellant alsnog in de gelegenheid wordt gesteld het in de vijf hiervoor bedoelde zaken verschuldigde griffierecht te voldoen, en wel als volgt:

- binnen zes weken na verzending van de daartoe strekkende brieven van de griffier van de Raad het griffierecht in twee zaken, in totaal € 220,-;

- binnen twaalf weken na verzending van de daartoe strekkende brieven van de griffier van de Raad het griffierecht in drie zaken, in totaal € 330,-.

Het verzet dient gegrond te worden verklaard.

Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 10 november 2009 vervalt en dat het onderzoek, met inachtneming van hetgeen de Raad in deze uitspraak heeft overwogen, wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Van kosten van appellant waarop een veroordeling in de kosten van het verzet betrekking zou kunnen hebben, is de Raad ten slotte niet gebleken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2009.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

mm