Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL0085

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
21-01-2010
Zaaknummer
08-5923 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht meer op ziekengeld. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in hoofdzaak een herhaling van de gronden die hij reeds in beroep heeft aangevoerd. Gelet op de gedingstukken en op hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd, ziet de Raad dan ook geen aanleiding om aan de juistheid van de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts te twijfelen. Mitsdien is de Raad evenals de rechtbank van oordeel dat het Uwv op goede gronden heeft besloten appellant met ingang van 3 oktober 2007 niet langer in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de ZW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5923 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 september 2008, 08/1069 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.P. de Witte, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2009. Appellant en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. Snijders.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft na zijn laatstelijk verrichte werkzaamheden als cateringmedewerker een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontvangen. Vanuit die situatie heeft hij zich op 13 augustus 2007 ziek gemeld vanwege toegenomen hoofdpijnklachten en nek- en schouderklachten. Vervolgens heeft het Uwv aan appellant een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend.

1.2. Na zijn ziekmelding is appellant op 25 september 2007 gezien op het spreekuur van de arts Stepinsky, die na eigen onderzoek en met verkregen informatie van de huisarts van appellant heeft geconcludeerd dat appellant per 3 oktober 2007 volledig geschikt was voor zijn arbeid. Bij besluit van 3 oktober 2007 heeft het Uwv vervolgens aan appellant meegedeeld dat hij vanaf die datum geen recht meer heeft op ziekengeld. Bij besluit van 7 februari 2008 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 3 oktober 2007, onder verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts F.M. Brouwer van 7 februari 2008, ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat uit de onderzoeken van de verzekeringsartsen voldoende gegevens naar voren zijn gekomen om tot een afgewogen oordeel omtrent de voor appellant geldende beperkingen te kunnen komen. Nu van de kant van appellant geen nadere medische informatie in geding is gebracht, heeft de rechtbank geen grond gezien om aan de juistheid van de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsarts te twijfelen. Het Uwv heeft dan ook naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden besloten appellant met ingang van 3 oktober 2007 niet langer in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de ZW.

3. In hoger beroep is namens appellant aangevoerd dat zijn klachten zodanig zijn dat hij niet in een arbeidssituatie kan functioneren, zodat hij ten onrechte hersteld is verklaard. Met name zijn hoofdpijnklachten staan volgens hem werken in de weg, omdat deze gedurende de dag (onder invloed van geluid en licht) toenemen en deze zodanig zijn dat ze ook leiden tot psychische klachten.

4. De Raad, oordelend over hetgeen appellant tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd, overweegt het volgende.

4.1. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in hoofdzaak een herhaling van de gronden die hij reeds in beroep heeft aangevoerd. De Raad verenigt zich met het ter zake gegeven oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. De Raad volstaat dan ook met een verwijzing naar de rapportage van bezwaarverzekeringsarts Brouwer van 7 februari 2008, die bij zijn herbeoordeling tevens de verkregen informatie van de behandelend neuroloog en de huisarts van appellant heeft betrokken. Door de neuroloog is, ondanks uitgebreid neurologisch onderzoek, geen verklaring voor de hoofdpijnklachten gevonden. De verkregen informatie van de neuroloog is in lijn met de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts. Volgens de bezwaarverzekeringsarts is de geconstateerde spanningshoofdpijn geen medisch inhoudelijke reden om niet actief te zijn en is het zelfs raadzamer om actiever te worden, zodat werkhervatting dan ook passend is. Met betrekking tot de in hoger beroep genoemde psychische klachten ontbreekt enige medische onderbouwing. Gelet op de gedingstukken en op hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd, ziet de Raad dan ook geen aanleiding om aan de juistheid van de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts te twijfelen. Mitsdien is de Raad evenals de rechtbank van oordeel dat het Uwv op goede gronden heeft besloten appellant met ingang van 3 oktober 2007 niet langer in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de ZW.

4.2. Uit hetgeen hiervoor onder 4.1 is overwogen, volgt dan ook dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) M.D.F. de Moor.

KR