Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BL0061

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
21-01-2010
Zaaknummer
08-5741 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging ziekengeld. De persoonlijkheidsproblematiek is al bij de eerdere onderzoeken onderkend, maar leidt niet tot het aannemen van verworven ziekte en/of gebrek. Geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/5741 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 18 augustus 2008, 07/3192 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R. van Asperen, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2009. Appellante en haar gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J. T. Wielinga.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante heeft na haar laatstelijk verrichte werkzaamheden als stadswacht voor 36 uur per week een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontvangen. Vanuit deze situatie heeft zij zich op 4 oktober 2006 ziek gemeld vanwege psychische klachten. Vervolgens heeft het Uwv aan appellante een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend.

1.2. Na haar ziekmelding is appellante meerdere malen gezien op het spreekuur van de arts W.D. Noorduin, voor het laatst op 3 oktober 2007. Deze arts heeft na eigen onderzoek geconcludeerd dat appellante per 22 oktober 2007 volledig geschikt was voor haar arbeid. Bij besluit van 22 oktober 2007 heeft het Uwv vervolgens aan appellante meegedeeld dat zij vanaf die datum geen recht meer heeft op ziekengeld. Bij besluit van 14 november 2007 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 22 oktober 2007, onder verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts G.W. Egbers van 13 november 2007, ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.1. De Raad overweegt als volgt.

3.2. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld. Volgens vaste jurisprudentie moet onder “zijn arbeid” worden verstaan de laatstelijk voor ziekmelding feitelijk verrichte arbeid.

3.3. De arts Noorduin heeft appellante meerdere malen psychisch onderzocht en was daarbij op de hoogte van de behandeling van appellante bij de GGZ Drachten die tot eind juli 2007 heeft geduurd, waarna de arts heeft geconcludeerd dat sprake is van een milde depressie. De bezwaarverzekeringsarts Egbers heeft appellante vervolgens op het spreekuur van 12 november 2007 psychisch onderzocht en dossierstudie verricht. Van zijn bevindingen heeft Egbers uitgebreid gerapporteerd waarbij hij tot de conclusie is gekomen dat, hoewel sprake is van enige kwetsbaarheid, er geen sprake is van een ziekte of gebrek in engere zin die maakt dat appellante niet geschikt is voor haar laatst verrichte werk. Daarbij heeft de bezwaarverzekeringsarts aangetekend dat in geval van appellante tekenen aanwezig zijn dat werkzaam zijn een heilzaam effect op haar welbevinden heeft. Mede gelet op deze bevindingen is de Raad met de rechtbank van oordeel dat er geen objectieve medische onderbouwing voorhanden is voor het standpunt van appellante dat zij niet geschikt is haar werk als stadswacht te hervatten. Ook de medisch adviseur D.J. Schakel is in zijn rapportage van 28 juli 2008 tot de conclusie gekomen dat er geen aanwijzingen zijn voor een psychiatrisch ziektebeeld dat tot beperkingen leidt. Voorts blijkt uit de in hoger beroep overgelegde informatie van de psycholoog T. Huiskes van 27 april 2006 en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige A. Slachter van 12 juli 2007 – gelet op de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts van 18 november 2008 en 23 september 2009 – niet van een uitgesproken ziekte. De persoonlijkheidsproblematiek is al bij de eerdere onderzoeken onderkend, maar leidt niet tot het aannemen van verworven ziekte en/of gebrek, aldus Egbers. Gelet op de gedingstukken en hetgeen door appellante is aangevoerd, ziet de Raad geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts. Mitsdien is de Raad van oordeel dat het Uwv op goede gronden heeft besloten appellante met ingang van 22 oktober 2007 niet langer in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de ZW.

4. Uit hetgeen hiervoor onder 3.3 is overwogen, volgt dan ook dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.

(get.) C.P.J. Goorden

(get.) M.D.F. de Moor

EF