Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BK9125

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-01-2010
Datum publicatie
14-01-2010
Zaaknummer
09-3545 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking hoger beroep en vervolgens meedelen dat het hoger beroep toch wordt voortgezet; rechtsgeldige intrekking. Vervallenverklaring van het hoger beroep.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2010, 67 met annotatie van R. Ortlep
ABkort 2010/64
JB 2010/58
USZ 2010/67
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3545 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 18 mei 2009, 08/4875 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 13 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Köster, werkzaam bij De Unie te Culemborg, hoger beroep ingesteld. Het hoger beroepschrift bevat het verzoek aan de Raad een termijn vast te stellen voor het indienen van de gronden van het hoger beroep.

Bij brief aan de gemachtigde van appellant van 15 juli 2009 heeft de Raad vastgesteld dat het beroepschrift niet de gronden van het hoger beroep bevat en hem in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken na dagtekening van die brief te herstellen.

Bij brief van 7 augustus 2009 heeft mr. Köster meegedeeld als gemachtigde van appellant het ingestelde hoger beroep in te trekken.

Op 11 augustus 2009 is de ontvangst van de intrekking bevestigd aan de gemachtigde van appellant en is ervan mededeling gedaan aan het Uwv.

Bij faxbericht, gedateerd 11 augustus 2009, heeft appellant meegedeeld dat hij het hoger beroep wenst voort te zetten. In het faxbericht heeft hij tevens de gronden van het hoger beroep aangegeven.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2009. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Nicolai.

II. OVERWEGINGEN

1. Volgens vaste rechtspraak van de Raad, kan, tenzij er sprake zou zijn van wilsgebreken, een bevoegdelijk gedane intrekking van een beroep op grond van de rechtszekerheid na het verstrijken van de beroepstermijn niet meer ongedaan worden gemaakt. De Raad verwijst naar zijn uitspraken van 18 september 1997, LJN ZB7145, TAR 1997, 223 en van 31 december 2004, LJN AS2657.

2. Ter zitting heeft appellant de volgende beschrijving van de gang van zaken gegeven. Op vrijdag 7 augustus 2009 heeft hij overleg gevoerd over zijn zaak met zijn gemachtigde, welk overleg was belegd met het oog op het tijdig indienen van de gronden van het hoger beroep. Dit overleg heeft ertoe geleid dat appellant heeft besloten het hoger beroep in te trekken. Zijn gemachtigde heeft nog op diezelfde dag schriftelijk van deze beslissing mededeling gedaan aan de Raad. Vervolgens is appellant aan die beslissing gaan twijfelen en heeft hij bij faxbericht, verzonden op 11 augustus 2009 omstreeks 18.00 uur, aan de Raad kenbaar gemaakt toch het hoger beroep te willen voortzetten. Hij heeft zich toen, gelet op de in de brief van de Raad van 15 juli 2009 gestelde termijn van vier weken, niet meer tot zijn gemachtigde gewend maar heeft, om nog binnen die termijn de gronden van het hoger beroep aan te voeren, zelf het genoemde faxbericht naar de Raad gestuurd.

3. Op grond van de door appellant geschetste, onder 2 weergegeven, gang van zaken is de Raad van oordeel dat de intrekking van het hoger beroep door appellants gemachtigde bevoegdelijk is gedaan en dat van wilsgebreken aan de kant van appellant met betrekking tot het intrekken van het hoger beroep geen sprake is.

4. Uit het vorenstaande vloeit voort dat de intrekking van het hoger beroep niet ongedaan kan worden gemaakt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep vervallen.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en H. Bolt en J. Riphagen als leden, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2010.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) A.E. van Rooij.

TM