Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BK8878

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-01-2010
Datum publicatie
12-01-2010
Zaaknummer
08-6886 WAJONG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAJONG-uitkering. Juistheid beperkingen. Deadlines en produktiepieken moeten worden vermeden. In de bezwaarfase is de FML aangepast en zijn er meer beperkingen opgenomen. Na de aanscherping van de FML zijn twee van de aan appellante voorgehouden functies vervallen maar er resteren voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen om de schatting op te baseren. De bezwaararbeidsdeskundige heeft genoegzaam uiteengezet waarom de belasting van die functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/6886 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 21 november 2008, 08/757 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 8 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.H.A. Brauer, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2009. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door W.M.C. Höppener.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 6 juli 2007 heeft het Uwv de uitkering van appellante op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG), die werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, per 23 augustus 2007 (de datum in geding) ingetrokken op grond van de overweging dat appellante per die datum minder dan 25% arbeidsongeschikt is.

1.2. Bij besluit van 15 mei 2008 heeft het Uwv het door appellante tegen het besluit van 6 juli 2007 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 15 mei 2008 ongegrond verklaard. Hiertoe heeft zij overwogen dat zij geen aanknopingspunten heeft kunnen vinden dat appellante meer dan wel anders beperkt was op de datum in geding dan door het Uwv is aangenomen. Daarnaast is het de rechtbank niet gebleken dat de aan de schatting ten grondslag liggende functies niet geschikt voor appellante zijn.

3.1. In hoger beroep heeft appellante de gronden van beroep herhaald die, kort samengevat, inhouden dat er onvoldoende beperkingen zijn opgenomen en dat ze ten gevolge van haar stoornissen heel geïsoleerd leeft, het huis niet uit durft, veel begeleiding nodig heeft en dat er uit preventief oogpunt een urenbeperking geïndiceerd is. Appellante heeft ter onderbouwing van haar standpunten een rapportage van psycholoog A. Beugels van 30 oktober 2008 in geding gebracht. Ten slotte voert appellante aan dat zij last heeft van een spastische darm, waardoor zij veelvuldig gebruik moet maken van het toilet. Ook daar is geen rekening mee gehouden.

3.2. De Raad is van oordeel dat er geen redenen zijn om appellante te volgen in haar stelling dat haar beperkingen niet juist zijn weergegeven. De verzekeringsarts heeft beperkingen opgenomen voor persoonlijk en sociaal functioneren. Daarnaast is opgenomen dat zij aangewezen is op werk met veel begeleiding en toezicht, dat het werk gestructureerd moet zijn en dat zij moet kunnen terugvallen op een vast aanspreekpunt. Deadlines en produktiepieken moeten worden vermeden. In de bezwaarfase is de FML aangepast en zijn er meer beperkingen opgenomen. De Raad is dan ook van mening dat er met de klachten van appellante in voldoende mate rekening is gehouden. De Raad betrekt hierbij dat uit de gedingstukken blijkt dat het op de in geding zijnde datum beter met appellante ging dan bij de voorgaande beoordelingen. Zo blijkt uit het dossier dat appellante naar school wilde, durfde te sporten en ook dat ze een zeer positieve ontwikkeling doormaakte. Er zijn geen aanwijzingen in de gedingstukken te vinden voor appellantes stelling dat het toch eigenlijk niet zo goed met haar ging als dat zij tijdens het onderzoek door de verzekeringsarts heeft doen voorkomen. Die aanwijzingen kan de Raad ook niet vinden in de rapportage van Beugels alleen al om de reden dat die rapportage geen betrekking heeft op de datum hier in geding. Daarnaast heeft de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapportage van 13 januari 2009 uitvoerig uiteengezet waarom dat rapport niet leidt tot een ander standpunt. De Raad kan zich geheel vinden in de motivering in die rapportage.

Met betrekking tot de grief van appellante dat zij wegens een spastische darm dicht bij een toilet moet zijn overweegt de Raad dat de verzekeringsarts hier terecht geen rekening mee heeft gehouden omdat appellante deze stelling op geen enkele wijze met objectieve medische stukken aannemelijk heeft gemaakt.

3.3. Met betrekking tot de arbeidskundige kant van de schatting overweegt de Raad dat er na de aanscherping van de FML twee van de aan appellante voorgehouden functies zijn vervallen maar dat er voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen resteren om de schatting op te baseren. De bezwaararbeidsdeskundige heeft genoegzaam uiteengezet waarom de belasting van die functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt.

4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

De uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en J. Brand en J.L.P.G van Thiel als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) M.A. van Amerongen

EK