Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BK8851

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-01-2010
Datum publicatie
12-01-2010
Zaaknummer
08-4701 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4701 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 juni 2008, 07/1924 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 8 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. el Ahmadi, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 november 2009. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Nadat appellant in juli 2001 zijn werkzaamheden als uitzendkracht productiewerk wegens rechterbeenklachten had moeten staken, is hij met ingang van 22 juli 2002 in aanmerking gebracht voor een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

2. In 2006 heeft een herbeoordeling plaatsgevonden. Op basis van de uitkomsten daarvan is bij besluit van 8 december 2006 de WAO-uitkering van appellant met ingang van 9 februari 2007 ingetrokken. Het door appellant tegen dat besluit gemaakte bezwaar is gegrond verklaard bij besluit van 11 juni 2007. Daarbij is de mate van arbeidsongeschiktheid op en na 9 februari 2007 ongewijzigd vastgesteld op 80 tot 100% en is de WAO-uitkering van appellant met ingang van 11 juli 2007 herzien naar 55 tot 65%. Laatstbedoeld onderdeel van het besluit van 11 juni 2007 wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.

3.1. De rechtbank heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, geen aanleiding gezien te twijfelen aan de juistheid van de beperkingen zoals deze in de Functionele Mogelijkhedenlijst zijn opgenomen en naderhand nog door de bezwaarverzekeringsarts zijn aangescherpt. Het onderzoek op basis waarvan de verzekeringsartsen tot hun bevindingen zijn gekomen is door de rechtbank als voldoende zorgvuldig en volledig bestempeld, terwijl de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts - die ook op de hoogte was van de uitkomsten van neurologisch onderzoek - naar behoren zijn gemotiveerd. Appellant heeft geen medische gegevens overgelegd die tot een ander oordeel kunnen leiden.

3.2. Voorts heeft de rechtbank zich kunnen verenigen met de passendheid van de bij de schatting betrokken functies. Naar het oordeel van de rechtbank is door de bezwaararbeidsdeskundige genoegzaam uiteengezet waarom de belasting van die functies blijft binnen de voor appellant vastgestelde belastbaarheid.

3.3. Ten slotte heeft de rechtbank zich ook kunnen stellen achter de voor appellant per 11 juli 2007 bepaalde mate van arbeidsongeschiktheid.

4. In hoger beroep heeft appellant verwezen naar hetgeen hij in beroep heeft aangevoerd. Hij benadrukt dat hij teveel hinder ondervindt van zijn lichamelijke beperkingen om het werk (al) te kunnen hervatten. Aangekondigd is dat appellant, die onder medische behandeling is, op een later moment medische informatie in het geding zal brengen.

5.1. Hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht biedt de Raad geen aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De Raad kan zich volledig vinden in de overwegingen van de rechtbank en het daarop gegronde oordeel. De Raad maakt die overwegingen en dat oordeel tot de zijne. De Raad stelt vast dat de in het vooruitzicht gestelde nadere medische onderbouwing van de eigen opvatting van appellant inzake de ernst van zijn beperkingen en de invloed daarvan op zijn vermogen om te werken, niet is ingebracht.

5.2. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Er zijn geen termen voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2010.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) A.E. van Rooij.

KR