Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BK8776

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-01-2010
Datum publicatie
12-01-2010
Zaaknummer
08-7405 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/7405 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem 17 november 2008, 08/910 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 8 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Bonsen-Lemmers, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 27 november 2009. Beide partijen zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is laatstelijk werkzaam geweest als fulltime productiemedewerkster. In februari 1999 heeft zij zich vanuit een uitkeringssituatie op grond van de Werkloosheidswet ziekgemeld wegens rugklachten.

1.2. Na het doorlopen van de wettelijke wachttijd is aan appellante met ingang van 14 februari 2000 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

1.3. Bij besluit van 7 december 2006 is de WAO-uitkering van appellante met ingang van 5 februari 2007 ingetrokken, op de grond dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid is afgenomen naar minder dan 15%.

2. Bij besluit van 7 december 2007 (hierna: bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 7 december 2006 ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat het besluit op een voldoende medische grondslag berust. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gezien om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellante ongeschikt te achten. De bij die functies voorkomende signaleringen zijn naar het oordeel van de rechtbank afdoende gemotiveerd met de arbeidskundige rapporten van 4 december 2006 en 14 november 2007.

4. Het hoger beroep van appellante is gericht tegen de medische grondslag van het bestreden besluit. In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellante de in eerdere fasen van de procedure aangevoerde gronden in essentie herhaald. Appellante is van oordeel dat het Uwv haar beperkingen heeft onderschat, met name tengevolge van haar rug-, hand- en vingerklachten en hartproblemen. Dientengevolge acht appellante zich niet in staat om de geduide functies te verrichten.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag berust op een zorgvuldig onderzoek. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de bezwaarverzekeringsarts bij de hoorzitting aanwezig is geweest en aansluitend een kort medisch onderzoek heeft verricht bij appellante. Daarnaast heeft de bezwaarverzekeringsarts de door hem opgevraagde informatie van de orthopedisch chirurg bij zijn beoordeling betrokken. Uit deze gegevens blijkt naar het oordeel van de Raad niet dat het Uwv de belastbaarheid van appellante heeft overschat. Voorts heeft appellante in hoger beroep geen nadere medische informatie overgelegd die een ander licht werpt op haar medische situatie op de datum in geding. Gelet op het voorgaande onderschrijft ook de Raad de medische grondslag van het bestreden besluit.

5.3. Aldus uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid bestaat evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellante voorgehouden functies voor haar in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn.

6. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van A.E van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2009.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) A.E. van Rooij.

KR