Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BK8370

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-01-2010
Datum publicatie
06-01-2010
Zaaknummer
08-1082 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag bijstand. Wat er ook zij van de door appellant opgegeven reden dat hij tijdens het eerste huisbezoek niet thuis is aangetroffen, de Raad is met de rechtbank van oordeel dat het geheel voor rekening en risico van appellant komt dat het tweede huisbezoek geen doorgang heeft gevonden. Voorts is de Raad met de rechtbank van oordeel dat het College appellant voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om zelf duidelijkheid te verschaffen over zijn woonsituatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/1082 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 23 januari 2008, 07/4132 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem (hierna: College)

Datum uitspraak: 5 januari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens betrokkene heeft mr. J. Klaas, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2009. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Klaas. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. M.E. Zandbergen, werkzaam bij de gemeente Haarlem.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant heeft op 3 november 2006 een aanvraag ingediend ter verkrijging van bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op het aanvraagformulier heeft appellant opgegeven dat hij per 1 oktober 2006 een kamer huurt op het adres [adres 1] te Haarlem. Bij onderzoek in de Gemeentelijke basisadministratie bleek dat op dit adres nog vijf andere personen stonden ingeschreven. Verder bleek uit onderzoek dat bankafschriften van appellant en post van zijn ziektekostenverzekering ten tijde in geding waren geadresseerd aan het adres Laan van [adres 2] te Haarlem en dat op dat adres onder meer drie kinderen stonden ingeschreven, waarvan appellant, die had opgegeven geen kinderen te hebben, er twee had erkend.

1.2. Op 3 november 2006 heeft een intakegesprek plaatsgevonden. Blijkens een rapportage van de twee casemanagers van 4 december 2006 heeft appellant tijdens dat gesprek verklaard dat hij geen huurcontract had en geen sleutel had van de benedendeur van het flatgebouw waarin de woning zich bevindt, maar wel van de deur van de woning zelf. Tijdens het intakegesprek was afgesproken, zo blijkt uit genoemde rapportage, dat de casemanagers na afloop daarvan bij appellant langs zouden gaan om zijn thuissituatie te bekijken en dat zij een bus later zouden nemen dan appellant. Uit deze rapportage blijkt voorts dat appellant niet thuis bleek te zijn, en dat om die reden het huisbezoek niet heeft plaatsgevonden. Bij brief van 15 november 2006 is appellant uitgenodigd voor een gesprek op 23 november 2006. Blijkens de rapportage van 4 december 2006 zijn de casemanagers na afloop van het gesprek met appellant meegegaan naar het opgegeven woonadres om een huisbezoek af te leggen, konden zij uiteindelijk wel het flatgebouw binnenkomen, maar niet de woning zelf, omdat de hoofdbewoner niet thuis was en appellant geen sleutel bij zich had, en heeft het huisbezoek om die reden niet plaatsgevonden.

1.3. Bij besluit van 5 december 2006 heeft het College de aanvraag afgewezen op de grond dat wegens schending van de ingevolge artikel 17, eerste lid, (tekst tot 1 januari 2008) van de WWB op appellant rustende inlichtingenverplichting niet kan worden vastgesteld of appellant ten tijde hier van belang bijstandbehoevend was in de zin van artikel 11, eerste lid, van de WWB. Bij besluit van 21 juni 2007 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 5 december 2006 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het besluit van 21 juni 2007 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Appellant heeft niet betwist dat er in dit geval voor het College een redelijke grond was een huisbezoek te laten plaatsvinden. Voorts staat vast dat van de zijde van het College twee pogingen zijn ondernomen om een huisbezoek af te leggen, die beide niet zijn gelukt.

4.2. Wat er ook zij van de door appellant opgegeven reden dat hij tijdens het eerste huisbezoek niet thuis is aangetroffen, de Raad is met de rechtbank van oordeel dat het geheel voor rekening en risico van appellant komt dat het tweede huisbezoek geen doorgang heeft gevonden. Voorts is de Raad met de rechtbank van oordeel dat het College appellant voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om zelf duidelijkheid te verschaffen over zijn woonsituatie. De Raad kan zich ook voor het overige geheel vinden in de overwegingen van de rechtbank waarbij uitvoerig is ingegaan op de in beroep aangevoerde - en in hoger beroep herhaalde - gronden.

4.3. Gezien het voorgaande en gelet op het feit dat appellant zelf niet de vereiste duidelijkheid over zijn woonsituatie heeft verschaft, heeft het College zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat het recht van appellant op bijstand niet was vast te stellen. Derhalve slaagt het hoger beroep niet en komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en A.B.J. van der Ham en W.F. Claessens als leden, in tegenwoordigheid van B.E. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2010.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) B.E. Giesen.

DW