Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK8242

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
06-01-2010
Zaaknummer
08-6377 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht meer op ziekengeld. De bezwaarverzekeringsarts hoefde naar het oordeel van de Raad geen aanleiding te zien om appellante lichamelijk te onderzoeken. Dat een dergelijk onderzoek niet is verricht betekent dan ook niet dat hier onzorgvuldig is gehandeld van de zijde van het Uwv. De Raad verwijst verder naar het commentaar van 5 oktober 2009 van bezwaarverzekeringsarts P. Eken, die terecht heeft opgemerkt dat het rapport niet ziet op de datum in geding. De daarin opgenomen testresultaten rechtvaardigen dan ook niet de conclusie dat de gezondheidstoestand van appellante op de datum in geding onjuist is beoordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/6377 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 september 2008, 07/2793 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2009.

Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. F.A. Steeman.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is werkzaam geweest als verkoopster in een damesmodezaak. Op 1 juni 2006 heeft zij zich in verband met psychische klachten ziek gemeld. Aansluitend aan de beƫindiging van haar dienstverband per 30 september 2006 is aan appellante ziekengeld toegekend.

2. Bij besluit van 29 mei 2007 is aan appellante meegedeeld dat zij met ingang van 5 juni 2007 geen recht meer had op ziekengeld, omdat zij op en na deze datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt werd geacht tot het verrichten van haar arbeid.

3. Bij besluit van 10 september 2007 (het bestreden besluit) is bezwaar van appellante tegen het besluit van 29 mei 2007 ongegrond verklaard.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij in het bijzonder betekenis toegekend aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts, die bij appellante milde spanningsklachten door belaste psychosociale omstandigheden heeft vastgesteld.

5.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen.

5.2. In aanmerking genomen dat de psychische klachten van appellante op de voorgrond stonden hoefde de bezwaarverzekeringsarts naar het oordeel van de Raad geen aanleiding te zien om appellante lichamelijk te onderzoeken. Dat een dergelijk onderzoek niet is verricht betekent dan ook niet dat hier onzorgvuldig is gehandeld van de zijde van het Uwv.

5.3. Het in hoger beroep overgelegde rapport van 11 november 2008 van het CVS/ME-Centrum Amsterdam vormt ook geen reden voor een ander oordeel. Dat appellante voldoet aan de criteria van het Chronisch vermoeidheidssyndroom, betekent niet dat de (bezwaar)verzekeringsarts haar medische beperkingen niet juist heeft ingeschat. De Raad verwijst verder naar het commentaar van 5 oktober 2009 van bezwaarverzekeringsarts P. Eken, die terecht heeft opgemerkt dat voormeld rapport niet ziet op de datum in geding. De daarin opgenomen testresultaten rechtvaardigen dan ook niet de conclusie dat de gezondheidstoestand van appellante op de datum in geding onjuist is beoordeeld.

5.4. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 tot en met 5.3 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2009.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.C.A. Wit.

KR