Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK7033

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
18-12-2009
Zaaknummer
08-7217 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts over de belastbaarheid van betrokkene op het aspect boven schouderhoogte werken is duidelijk en door deze arts, na daarop te zijn bevraagd, herhaald. Gelet hierop, ziet de Raad geen ruimte aanwezig om daarvan af te wijken. De door appellant ter zitting aangevoerde stelling, dat in de functie van parkeercontroleur niet per definitie boven schouderhoogte hoeft te worden gewerkt, is niet in overeenstemming met de functiebelasting en acht de Raad eveneens een ontoelaatbare relativering achteraf van de functiebelasting. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/7217 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 2 december 2008, 07/2704 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),

en

appellant.

Datum uitspraak: 16 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld onder meezending van een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts G.J.A. van Kasteren-van Delden van 18 december 2008 en een rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige M. Prosée van 23 december 2008.

Namens betrokkene is een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 november 2009. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door A.P. London. Betrokkene en haar gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Betrokkene is op 7 oktober 2004 wegens linkerschouder- en rechterarmklachten uitgevallen voor haar werk als medewerkster plantenkwekerij voor 15 uur per week.

1.2. Naar aanleiding van de aanvraag van betrokkene voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is betrokkene op 1 november 2006 onderzocht door verzekeringsarts N. Bayat, die in zijn rapport van dezelfde datum tot de conclusie komt dat betrokkene beperkingen heeft aan met name de rechterarm en - in mindere mate - aan de linkerarm. Met inachtneming hiervan is een zogenoemde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld. Na onderzoek door arbeidsdeskundige M. Benerink, heeft appellant bij besluit van 7 december 2006 aan betrokkene meegedeeld dat geen recht op een Wet WIA-uitkering is ontstaan omdat zij per 5 oktober 2006 voor minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. Tegen dit besluit heeft betrokkene bezwaar gemaakt.

1.3. De bezwaarverzekeringsarts H.J.M. Stammers heeft betrokkene vervolgens op 16 mei 2007 onderzocht en in zijn rapport van dezelfde datum aangegeven dat er onvoldoende rekening is gehouden met de klachten van betrokkene en hij heeft de FML vervolgens op diverse fysieke aspecten aangescherpt. Na onderzoek door de bezwaararbeidsdeskundige Prosée, heeft appellant het bezwaar van betrokkene bij besluit van 11 juli 2007 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het tegen het bestreden besluit door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen. In die uitspraak is, voor zover van belang, overwogen dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functie van parkeercontroleur (sbc-code 342022) ongeschikt is voor betrokkene aangezien hierin boven schouderhoogte dient te worden gewerkt, terwijl door de (bezwaar)verzekeringsarts uitdrukkelijk is aangegeven dat betrokkene hiertoe niet in staat is. Met het wegvallen van deze functie resteren er slechts twee functies hetgeen gelet op artikel 9, sub a, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten als onvoldoende moet worden aangemerkt.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de functie van parkeercontroleur geschikt is voor betrokkene, aangezien zij wel degelijk in staat is om boven schouderhoogte te werken omdat zij slechts beperkt is voor rechtshandig continu statisch boven schouderhoogte werken. Voorts heeft appellant ter zitting aangevoerd dat in de functie niet per definitie boven schouderhoogte hoeft te worden gewerkt en dat het hier steeds slechts een heel kort durende actie betreft (het plaatsen van een bon onder de ruitenwisser).

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. Het gaat in dit geding uitsluitend om de beantwoording van de vraag of appellant de functie van parkeercontroleur, gelet op de in die functie voorkomende belasting enerzijds en de ten aanzien van betrokkene aangenomen belastbaarheid op het aspect boven schouderhoogte werken anderzijds, aan de schatting ten grondslag heeft kunnen leggen. De Raad is evenals de rechtbank van oordeel dat deze vraag ontkennend dient te worden beantwoord. De Raad schaart zich achter de overwegingen in de aangevallen uitspraak die de rechtbank ter onderbouwing van dat oordeel heeft gegeven. Daaraan voegt hij het volgende toe.

4.2. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapport van 16 mei 2007 aangegeven dat betrokkene niet in staat wordt geacht om boven schouderhoogte te werken. In de FML is vervolgens neergelegd dat betrokkene beperkt is op dit aspect (kan minder dan 5 minuten achtereen boven schouderhoogte actief zijn), met als toelichting: ‘kan niet boven schouderhoogte werken’. De bezwaararbeidsdeskundige heeft vervolgens een onderzoek verricht naar de vraag of de functie van parkeercontroleur kan worden gehandhaafd. Tijdens dit onderzoek heeft hij aan de bezwaarverzekeringsarts de vraag voorgelegd of betrokkene wel in staat is tot het gedurende 1 minuut uitvoeren van een actie boven schouderhoogte. Deze heeft daarop geantwoord: ‘neen, is in het geheel niet in staat tot werken boven schouderhoogte.’ De bezwaararbeidsdeskundige heeft vervolgens in zijn rapportage van 29 juni 2007 gesteld dat de functie van parkeercontroleur geschikt is voor betrokkene, aangezien men in deze functie niet standaard boven schouderhoogte hoeft te werken en de handeling van zeer korte duur is. De handeling kan grotendeels ook alleen met de linkerarm worden uitgevoerd.

4.3. Naar het oordeel van de Raad bevat de hierboven door de bezwaararbeidsdeskundige gegeven motivering een volgens vaste rechtspraak niet toegestane relativering achteraf van de aangegeven belastbaarheid. Het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts over de belastbaarheid van betrokkene op het aspect boven schouderhoogte werken is duidelijk en door deze arts, na daarop te zijn bevraagd, in niet mis te verstane bewoordingen herhaald. Gelet hierop, ziet de Raad geen ruimte aanwezig om daarvan af te wijken. De door appellant ter zitting aangevoerde stelling, dat in de functie van parkeercontroleur niet per definitie boven schouderhoogte hoeft te worden gewerkt, is niet in overeenstemming met de functiebelasting en acht de Raad eveneens een ontoelaatbare relativering achteraf van de functiebelasting.

4.4. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag groot € 322,--, te betalen door het Uwv;

Bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 433,-- wordt geheven.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter en J. Riphagen en C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2009.

(get.) H. Bolt.

(get.) I.R.A. van Raaij.

JL