Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK6847

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-12-2009
Datum publicatie
16-12-2009
Zaaknummer
08-5344 AWBZ
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling maximale eigen bijdrage voor de thuiszorg van appellant en diens partner over het jaar 2005. De Raad kwalificeert de factuur van 22 november 2005 als invorderingsbesluit. De Raad is niet gebleken dat Delta Lloyd bij de beslissing om € 1.224,50 in te vorderen de rechtstreeks betrokken belangen van appellant op enigerlei wijze in een belangenafweging heeft betrokken, nu van enige belangenafweging niet is gebleken.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:4
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2010/54
USZ 2010/39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5344 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 augustus 2008, 07/6836 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellant

en

Delta Lloyd Zorgverzekering N.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, (hierna: Delta Lloyd)

Datum uitspraak: 9 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Delta Lloyd heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn partner [naam partner]. Delta Lloyd heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van op of omstreeks 31 mei 2005 heeft het Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorgkosten b.v. (hierna: CAK), de maximale eigen bijdrage voor de thuiszorg van appellant en diens partner over het jaar 2005 voorlopig vastgesteld op € 16,20 per periode van vier weken.

1.2. Bij besluit van op of omstreeks 12 november 2005 heeft het CAK de maximale eigen bijdrage voor de thuiszorg over het jaar 2005 definitief vastgesteld op € 137,03 per periode van vier weken.

1.3. Het CAK heeft appellant via een factuur van 22 november 2005 meegedeeld dat hij over de periode vanaf 1 januari 2005 tot en met 9 oktober 2005 nog een bedrag van € 1.224,50 is verschuldigd, zijnde het verschil tussen de eerder geïnde bijdrage en € 137,03 per periode.

1.4. Bij besluit van 4 september 2007 heeft Delta Lloyd het bezwaar van appellant tegen de factuur van 22 november 2005 ongegrond verklaard. Dit berust op het standpunt dat de juistheid van de vaststelling van de periodebijdrage op € 137,03 niet is betwist en dat de wetgever behalve de in artikel 16d, derde lid, en 16e, vierde lid, van het Bijdragebesluit zorg (hierna: Bbz) geen mogelijkheid heeft gecreëerd om af te wijken van de dwingendrechtelijke bepalingen omtrent vaststelling van de eigen bijdrage.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft de aangevallen uitspraak in hoger beroep gemotiveerd bestreden.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad kwalificeert de factuur van 22 november 2005 als invorderingsbesluit.

Uit vaste jurisprudentie van de Raad volgt dat een besluit tot invordering moet berusten op een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en dat tegen een dergelijk besluit de rechtsmiddelen van de Awb openstaan.

4.2. De uitoefening van de bevoegdheid tot invordering mag geen automatisme zijn en moet worden uitgeoefend met inachtneming van het geschreven en ongeschreven recht, daaronder begrepen de in artikel 3:4 van de Awb neergelegde verplichting tot evenredige belangenafweging. De Raad is niet gebleken dat Delta Lloyd bij de beslissing om

€ 1.224,50 in te vorderen de rechtstreeks betrokken belangen van appellant op enigerlei wijze in een belangenafweging heeft betrokken, nu van enige belangenafweging niet is gebleken.

4.3.1. De rechtbank heeft dit niet onderkend, zodat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt. De Raad zal, doende wat de rechtbank zou behoren te doen, het beroep gegrond verklaren en Delta Lloyd opdragen om met inachtneming van de uitspraak van de Raad een nieuw besluit op het bezwaar van appellant te nemen.

4.3.2. Delta Lloyd zal een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 van de Awb moeten maken, teneinde gemotiveerd te beslissen omtrent de hoogte van het in te vorderen bedrag (gehele of gedeeltelijke kwijtschelding) en de wijze van invordering. Hierbij dient Delta Lloyd in ieder geval aandacht te besteden aan de volgende punten:

- Appellant heeft ter zitting desgevraagd de ontvangst van de besluiten van 31 mei 2005 en 12 november 2005 ontkend. Deze ontkenning acht de Raad niet ongeloofwaardig, nu Delta Lloyd deze besluiten (ook) niet aan de Raad heeft doen.

toekomen, ondanks twee verzoeken daartoe.

- Appellant heeft (onweersproken) gesteld dat hij in de loop van het jaar 2005 meerdere malen naar het CAK heeft gebeld met de vraag wat voor hem de definitieve maximale periodebijdrage zou zijn en dat hem toen telkens is meegedeeld dat deze voor hem niet veel zou afwijken van de tot dan toe verschuldigde periodebijdrage. Appellant heeft direct na het besluit van 22 november 2005 de thuiszorg opgezegd wegens de hoogte van de daaraan verbonden kosten en aan hem is geen kans geboden dit eerder te doen op basis van een reële inschatting van de hoogte van de eigen bijdrage.

- Ten aanzien van appellant is van 4 september 2002 tot 4 september 2005 een schuldsaneringsregeling toegepast. Indien de eigen bijdrage eerder op het bedrag van € 137,03 zou zijn vastgesteld, zou het voor appellant vrij te laten bedrag in het kader van die schuldsanering over de periode van 1 januari tot 4 september 2005 zijn gecorrigeerd met een bedrag van € 112,43 per periode van vier weken.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten, nu niet is gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende kosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep gegrond;

Vernietigt het besluit van 4 september 2007;

Draagt Delta Lloyd op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van appellant met inachtneming van deze uitspraak;

Bepaalt dat Delta Lloyd het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 146,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en G.M.T. Berkel-Kikkert en H.C.P. Venema als leden, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2009.

(get.) R.M. van Male.

(get.) J. Waasdorp.

RB