Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK6832

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-12-2009
Datum publicatie
17-12-2009
Zaaknummer
09-4269 WIA
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Met de rechtbank ziet de Raad geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het verzekeringsgeneeskundig oordeel. De geschiktheid van de functies zijn voldoende toegelicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4269 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 9 juli 2009, 08/3751 (hierna: de aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 15 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant stelde mr. L. Boon, advocaat te Eindhoven, hoger beroep in.

Het Uwv voerde verweer.

Het onderzoek ter zitting vond plaats op 3 november 2009, waar het Uwv zich liet vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers en appellant zich liet bijstaan door mr. Boon.

II. OVERWEGINGEN

1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 25 september 2008 ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Daarbij handhaaft het Uwv zijn besluit van 25 januari 2008. Hierbij deelde het Uwv appellant mee dat hij per 1 november 2007 geen recht heeft op WIA-uitkering.

2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Zij verwierp de beroepsgrond dat de medische beperkingen van appellant zijn onderschat en overwoog dat de aan appellant voorgehouden functies voor hem geschikt zijn.

3. Appellant herhaalt in hoger beroep dat zijn medische beperkingen zijn onderschat.

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant zijn werk als warehouseoperator niet meer kan verrichten vanwege de beperkingen door een matige depressie en overmatig alcoholgebruik.

4.2. De (bezwaar-)verzekeringsarts onderschrijft dat appellant medische beperkingen ondervindt. Deze beperkingen zijn vastgelegd in een zogenoemde Functionele Mogelijkhedenlijst. De verzekeringsarts beschikte over informatie van de verslavingskliniek waar appellant onder behandeling was. Het oordeel van de verzekeringsarts is gemotiveerd in haar rapport van 23 november 2007 en de bezwaarverzekeringsarts onderschrijft dat oordeel.

4.3. De stelling dat zijn medische beperkingen zijn onderschat, is door appellant niet met medische stukken onderbouwd. Met de rechtbank ziet de Raad geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het verzekeringsgeneeskundig oordeel.

4.4. De geschiktheid van de functies heeft de (bezwaar-) arbeidsdeskundige voldoende toegelicht.

5. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

6. De Raad ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 december 2009.

(get.) R.C. Stam.

(get.) A.C.A. Wit.

IvR