Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK6529

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-12-2009
Datum publicatie
15-12-2009
Zaaknummer
08-5657 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Toekenning van een niet strikt medische therapeutische voorziening, zoals het volgen van yogalessen, onder voorwaarde van kwaliteitseisen. De vraag is dan of verweerster hiervan zou moeten afwijken indien de aanvraag is gericht op een in Nederland kennelijk - nu blijkens de gedingstukken geen yogaleraar bij de genoemde vereniging is ingeschreven die ook Bikram Yoga geeft - niet gangbare wijze van beroepsuitoefening. Voor een bevestigend antwoord van deze vraag heeft de Raad in dit geval, gegeven het uitgangspunt dat verweerster gerechtigd is kwaliteitseisen te stellen, geen grondslag kunnen vinden.

Wetsverwijzingen
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5657 WUV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante] (hierna: appellante),

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 3 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 22 augustus 2008, kenmerk BZ 47692, JZ/I/70/2008 (hierna: bestreden besluit), genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2009. Appellante is daar in persoon verschenen, bijgestaan door mr. A. Bierenbroodspot, advocaat te Amsterdam, terwijl verweerster zich ter zitting heeft laten vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante, geboren in 1947, is in 1978 gelijkgesteld met de vervolgde. Hierbij is aanvaard dat haar psychische en psychosomatische klachten in overwegende mate in verband staan met de vervolgingsgevolgen van haar ouders. Sedertdien zijn aan appellante diverse voorzieningen toegekend, waaronder een vergoeding van de kosten van fysiotherapie in verband met psychosomatische spanningsklachten.

1.2. In oktober 2007 heeft appellante verweerster verzocht om vergoeding van de kosten van yogaoefeningen onder leiding van een leraar van de richting Bikram Yoga, welke yoga wordt gegeven bij een temperatuur van 40 graden.

Dit verzoek heeft verweerster, overeenkomstig ingewonnen medisch advies, bij besluit van 27 februari 2008 ingewilligd voor een sessie per week, evenwel onder voorwaarde dat de yogalessen worden gegeven door een erkende yogaleraar, ingeschreven bij de Vereniging van Yogaleerkrachten Nederland.

1.3. In bezwaar tegen dit besluit heeft appellante de gestelde voorwaarde bestreden. Aangevoerd is, samengevat, dat Bikram Yoga voor haar klachten en persoonlijkheid beter werkt dan de traditionele in Nederland gegeven yoga en dat haar yogaleerkracht in de Verenigde Staten een strenge opleiding heeft genoten zodat op deze wijze evenzeer een kwaliteitswaarborg aanwezig is.

Dit bezwaar heeft verweerster bij het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat geen aanleiding is gezien om af te wijken van de gestelde voorwaarde nu deze borg staat voor een bepaalde mate van professionaliteit van de yogaleraar op het gebied van vakkennis en van bejegening van degene die de yogalessen volgt.

1.4. Appellante heeft in beroep, onder overlegging van verklaringen van haar huisarts en haar psychotherapeut, benadrukt dat zij in het verleden vergeefs allerlei behandelmethoden heeft geprobeerd maar nu in de Bikram Yoga een therapie heeft gevonden waarbij zij zeer is gebaat. Verder is onder meer nog overgelegd een Amerikaans diploma met bijbehorende licentie, inhoudend dat de yogalerares van appellante gerechtigd is Bikram Yoga te geven.

Verweerster heeft er bij verweerschrift op gewezen dat het beroep van yogaleraar geen wettelijk beschermd beroep is en dat daarom is gezocht naar een andere kwaliteitswaarborg, welke is gevonden in de eisen van vakbekwaamheid en de gedragscode die de Vereniging van Yogaleerkrachten Nederland als beroepsvereniging hanteert.

2. De Raad dient de vraag te beantwoorden of het bestreden besluit, gelet op hetgeen in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden. Hiertoe wordt overwogen als volgt.

2.1. De Raad acht, overeenkomstig eerdere rechtspraak in soortgelijke gevallen (onder meer 97/8008 WUV, LJN AI5502), verweerster zonder meer gerechtigd om ook bij toekenning van een niet strikt medische therapeutische voorziening, zoals het volgen van yogalessen, kwaliteitseisen te stellen. Aansluiting bij de eisen die een nationale beroepsvereniging stelt ten aanzien van in Nederland gangbare wijzen van beroepsuitoefening is in dat verband alleszins redelijk. De vraag is dan of verweerster hiervan zou moeten afwijken indien de aanvraag is gericht op een in Nederland kennelijk - nu blijkens de gedingstukken geen yogaleraar bij de genoemde vereniging is ingeschreven die ook Bikram Yoga geeft - niet gangbare wijze van beroepsuitoefening. Voor een bevestigend antwoord van deze vraag heeft de Raad in dit geval, gegeven het uitgangspunt dat verweerster gerechtigd is kwaliteitseisen te stellen, geen grondslag kunnen vinden. Zo is bijvoorbeeld niet kunnen blijken dat de yogalerares van appellante op vergelijkbare wijze als leden van de Nederlandse beroepsvereniging onderworpen is aan eisen van professionaliteit en bejegening van leerlingen en aan toezicht hierop.

3. Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat het bestreden besluit in rechte kan standhouden zodat het ingestelde beroep ongegrond dient te worden verklaard.

4. De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 december 2009.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

(get.) P. Boer.

HD