Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK6416

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-12-2009
Datum publicatie
14-12-2009
Zaaknummer
08/3629 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in hoger beroep herhaalde gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft die overwegingen volledig. De Raad is van oordeel dat hetgeen appellante heeft aangevoerd geen aanknopingspunten biedt voor haar standpunt dat zij meer beperkt is dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) is aangenomen. Voor wat betreft de arbeidskundige component van de schatting kan de Raad de overwegingen van de rechtbank ook geheel onderschrijven. De Raad voegt hier nog aan toe dat appellante niet beperkt is op het onderdeel huidcontact zodat appellante ook in staat wordt geacht de functie electronica monteur (sbc 267040) te vervullen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/3629 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 28 mei 2008, 07/5508 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. drs. T. Bissessur, advocaat te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2009. Appellante was vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen J. van Riet.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 22 januari 2007 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellante, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%, per 18 maart 2007 ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% bedraagt.

1.2. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van

12 juni 2007 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 12 juni 2007 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts omtrent de belastbaarheid van appellante op de hier in geding zijnde datum van 18 maart 2007. Daarnaast heeft de rechtbank geen grond om, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid van appellante, er van uit te gaan dat de aan appellante voorgehouden functies voor haar niet geschikt zouden zijn.

3. Appellante heeft in hoger beroep haar in eerste aanleg aangevoerde gronden herhaald. Haar voornaamste grief behelst dat haar beperkingen zijn onderschat en dat dientengevolge de belasting van de aan de schatting ten grondslag liggende functies haar belastbaarheid overschrijdt.

4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in hoger beroep herhaalde gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft die overwegingen volledig. De Raad is van oordeel dat hetgeen appellante heeft aangevoerd geen aanknopingspunten biedt voor haar standpunt dat zij meer beperkt is dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) is aangenomen. In het dossier is geen objectief medische informatie voorhanden waaruit blijkt dat appellante een specifieke allergie heeft en evenmin dat zij beperkt is in het omgaan met conflicten. De bij faxbericht van 6 oktober 2009 ingediende medische stukken maken dit niet anders. De informatie in die stukken was óf al bij de (bezwaar)verzekeringsartsen bekend en is met de beoordeling meegewogen óf heeft geen betrekking op de datum in geding.

4.2. Voor wat betreft de arbeidskundige component van de schatting kan de Raad de overwegingen van de rechtbank ook geheel onderschrijven. De Raad voegt hier nog aan toe dat appellante niet beperkt is op het onderdeel huidcontact zodat appellante ook in staat wordt geacht de functie electronica monteur (sbc 267040) te vervullen.

5. Gezien het voorgaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2009.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A.C.A. Wit.

TM