Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5719

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-11-2009
Datum publicatie
08-12-2009
Zaaknummer
08-7357 VALYS
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering aanvraag om toekenning van een zogenoemd hoog persoonlijk kilometerbudget. In het kader van het vervoerssysteem Valys bestaat alleen dan aanspraak op een hoog pkb, als de betrokkene ondanks alle beschikbare hulpmiddelen en alle vormen van begeleiding die het Valyssysteem biedt (zoals NS-assistentieverlening, hulp van de Valys-chauffeur en het gratis mee mogen nemen van een begeleider, indien appellante in het bezit is van een OV-begeleiderskaart) in het geheel niet per trein kan reizen. Alles wat appellante naar voren heeft gebracht is niet toereikend om tot die conclusie te kunnen komen. De Raad voegt hier nog aan toe dat het in het licht van de beperkte strekking van het Protocol op de weg van appellante zelf ligt om zelf te zorgen voor een begeleider bij het reizen, indien zij daarbij op onbekend terrein komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/7357 VALYS

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 november 2008, 08/1812 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellante

en

Argonaut Advies B.V., gevestigd te Bilthoven, (hierna: Argonaut)

Datum uitspraak: 17 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P. Goettsch, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Argonaut heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2009. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Goettsch. Argonaut heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.R.D. Koster-Filemieg, werkzaam bij USG Juristen te Utrecht, en de arts drs. E.C.M. Molijn, werkzaam bij Argonaut.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitgebreide weergave van de hier van belang zijnde feiten verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat met de vermelding dat Argonaut bij besluit van 15 januari 2008, gehandhaafd bij besluit van 18 april 2008, de aanvraag van appellante om toekenning van een zogenoemd hoog persoonlijk kilometerbudget (hierna: hoog pkb) heeft afgewezen.

1.2. Voor een weergave van de juridische grondslag van het vervoerssysteem Valys verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 31 maart 2006 (LJN AV8198) en naar de aangevallen uitspraak. Argonaut heeft op 1 oktober 2007 het huidige Protocol inzake de afhandeling van indicatie aanvragen hoog persoonlijk kilometerbudget Bovenregionaal Vervoer Gehandicapten (hierna: Protocol) vastgesteld.

1.3. Het besluit van 18 april 2008 berust op het standpunt dat appellante niet voldoet aan de in het Protocol neergelegde voorwaarden voor toekenning van een hoog pkb, in het bijzonder niet aan de voorwaarde dat de betrokken gehandicapte door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is om - ondanks assistentie, hulpmiddelen en/of begeleiding - met de trein te reizen. Ook is geen sprake van een uitzonderlijke situatie die afwijking van de criteria in het Protocol rechtvaardigt.

2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 18 april 2008 ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat niet in geschil is dat appellante geen ergonomische belemmeringen heeft die het reizen met de trein onmogelijk maken en dat Argonaut zich - gelet op de medische beoordeling van drs. J. Biersteker, verzekeringsarts bij Argonaut - op het standpunt heeft kunnen stellen dat appellante niet voldoet aan de eis dat zij wegens medische beperkingen van chronische aard niet in staat kan worden geacht om met de trein te reizen.

2.2. Met betrekking tot de door appellante aangevoerde grond dat het onrechtvaardig is om te verlangen dat zij zelf voor reisbegeleiding zorgt, heeft de rechtbank opgemerkt dat deze grond in beginsel beperkt blijft tot de begeleiding bij het verblijf in de trein, nu er vanuit kan worden gegaan dat op de stations assistentieverlening van NS Reizen aanwezig is en dat daarmee voor begeleiding bij het lopen naar en van de trein is gezorgd. Uit het medisch onderzoek van Argonaut is gebleken dat appellante in staat moet worden geacht om (alleen) in het treinportaal te verblijven tijdens de reis.

2.3. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel acht de rechtbank onvoldoende concreet onderbouwd en kan om die reden niet slagen.

2.4. Ten slotte acht de rechtbank geen sprake van een uitzonderlijke situatie die zou dienen te leiden tot afwijking van het Protocol.

3. Appellante heeft de aangevallen uitspraak in hoger beroep gemotiveerd bestreden.

4.1. De Raad stelt voorop dat, naar hij reeds eerder heeft overwogen, de in het Protocol neergelegde - en door de betrokken staatssecretaris goedgekeurde - toekenningcriteria het door Argonaut bij de indicatiestelling toe te passen beoordelingskader vormen. Deze criteria gaan de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten.

4.2. De Raad heeft op zichzelf begrip voor de problematiek van appellante. In het kader van het vervoerssysteem Valys bestaat echter alleen dan aanspraak op een hoog pkb, als de betrokkene ondanks alle beschikbare hulpmiddelen en alle vormen van begeleiding die het Valyssysteem biedt (zoals NS-assistentieverlening, hulp van de Valys-chauffeur en het gratis mee mogen nemen van een begeleider, indien appellante in het bezit is van een OV-begeleiderskaart) in het geheel niet per trein kan reizen. Alles wat appellante naar voren heeft gebracht is niet toereikend om tot die conclusie te kunnen komen. De Raad ziet daarom geen aanknopingspunt om het oordeel van de rechtbank niet te onderschrijven. Hij maakt haar overwegingen dan ook tot de zijne. De Raad voegt hier nog aan toe dat het in het licht van de beperkte strekking van het Protocol op de weg van appellante zelf ligt om zelf te zorgen voor een begeleider bij het reizen, indien zij daarbij op onbekend terrein komt.

4.3. Gelet op het voorgaande slaagt het hoger beroep niet en moet de aangevallen uitspraak worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2009.

(get.) R.M. van Male.

(get.) J. Waasdorp.

IJ